(spoilerwaarschuwing: we bespreken de achtste aflevering)
Misschien zag jij in aflevering 8 niet zoveel taal voorbijkomen, maar als je samen met ons wat beter kijkt, ontdek je dat er wel degelijk Swahilikennis verstopt zat op Zanzibar!
Kanga’s
De tweede opdracht speelde zich af bij het Move Zanzibar Community Centre in Jambiani, waar de kandidaten een voorstelling in elkaar moesten zetten. Heb jij de mooi gekleurde doeken gezien in de achtergrond tijdens deze opdracht? Deze doeken heten kanga’s en worden door vrouwen gedragen als wikkelrok. Een kanga bestaat uit een aantal onderdelen: een kleurrijk patroon, een omlijsting of rand, en een Swahili spreekwoord.


Een aantal voorbeeld van zo’n spreuk zijn:
- mkali ya jicho yashinda wembe ‘de scherpte van het oog overtreft het scheermes’
- duniani kuna pepo wawili wapendanapo ‘er zijn geesten op aarde wanneer twee elkaar liefhebben’
- usijaze masusu kwa mambo yasokusuhu ‘bemoei je niet met zaken die je niet aangaan’ (zie foto)
Een Swahili vrouw kiest ‘s ochtends niet alleen een mooie doek, en die zijn echt prachtig, maar let ook op de spreuk. Mensen vragen zich natuurlijk af: wat bedoelt ze daar nu mee? Zo kun je allerlei boodschappen uitdragen zonder te direct te zijn of erop aangesproken te worden, want het is toch maar een doek. En als je echt wil voorkomen dat mensen er iets in lezen, dan draag je je doek gewoon binnenstebuiten. Lees en bekijk er meer over op Things That Talk.
Drum = dans = zang
Tijdens het oefenen voor de traditionele dans voor de voorstelling klaagde sommige kandidaten dat ze geen gevoel voor ritme hebben. Zoals Bram mooi toelicht over de traditionele dans: zang moet ook in combi gaan met dans. Dat ritme en dans onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn zien we in het woord ngoma in het Swahili dat zowel ‘dans’ betekent als ‘drum’. En in andere Bantoetalen heb je maar één woord dat zowel met ‘dansen’ als ‘zingen’ vertaald kan worden.
Op de achtergrond waren ook allerlei teksten te zien op de muren van het centrum. Onder een raam stond bijvoorbeeld karibu rafiki. Als je de Leeuwenkoning hebt gezien, herken je rafiki misschien al. Deze tekst betekent ‘welkom vriend’ in het Swahili. Er zijn nog meer namen uit de Leeuwenkoning tot het Swahili te herleiden. Zo betekent simba bijvoorbeeld ‘leeuw’. Het Swahili is niet de enige Afrikaanse taal die in de Leeuwenkoning gebruikt wordt: in het openingslied wordt ook in Zulu (uit Zuid-Afrika) gezongen.

Vissen naar leenwoorden
De eerste opdracht speelt zich op en onder het water af, waarbij de ene groep kandidaten vragen beantwoordt over de onderwaterwereld, terwijl de andere in een bootje kunnen zinken als vragen verkeerd beantwoord worden. We zagen allerlei verschillende prachtige vissen rondzwemmen, die natuurlijk ook namen hebben. De Swahili hebben wel honderden namen voor vissen, terwijl verwante Bantoetalen uit het binnenland vaak enkel het woord ‘vis’ hebben. In een deel van de Tanzaniaanse Rift hadden de rivieren en meren helemaal geen vissen totdat die door de missionarissen geïntroduceerd werden. Hoe komen de Swahili dan aan honderden woorden voor vissen?
Er zijn een paar oude, overgeërfde woorden bij, zoals het woord voor ‘aal’. Sommige woorden voor vissen die alleen in zoetwater voorkomen, gebruiken de Swahili voor zoutwatervissen die erop lijken. Maar de meeste woorden voor vissen zijn ontleend en tonen de rijke geschiedenis van het Swahili aan. Sommige van deze woorden komen van heel ver. Het oud-Javaanse woord lĕmbwara voor ‘walvis’ vinden we terug in het Swahili dumbwara voor ‘rode snapper’. De handel in de Indische Oceaan met de halfjaarlijks wisselende winden reikte tot in Indonesië. De taal van Madagaskar komt bijvoorbeeld uit het Indonesische Kalimantan. De grootste leverancier van Swahili woorden voor vissen is het Arabisch. En dat is niet gek, want het Swahili heeft veel woorden uit het Arabisch heeft (daar schreven we ook al over voor aflevering 7 en aflevering 2).
Van de paar woorden Swahili die onze kandidaten hebben geleerd, is er al een Arabisch: asante ‘bedankt’. Het lijkt erg op een Swahili woord zelf, dus sprekers zullen het misschien niet direct herkennen als een leenwoord. Maar het komt oorspronkelijk uit Omani Arabisch aḥsant ‘dank je’. Sprekers herkennen het vaak nog wel bij een alternatief voor ‘dank je’: shukrani. Hier zie je weer die typische -i op het einde van een woord die wordt toegevoegd als een leenwoord een eindklinker nodig heeft (zie aflevering 2!), dit keer van Arabisch šukran ‘dank je’. Een voorbeeld van een oorspronkelijk Arabisch woord voor een vis is fulusi ‘dolfijnvis of goudmakreel’ uit Arabisch ʿanfalūs. Martin Walsh vertelt er hier meer over.
Eén van de vragen in de onderwaterquiz behelsde het grootste dier in het water: de blauwe vinvis. Walvissen komen voor in de Indische Oceaan, waar de kandidaten op de bodem van stonden en ze zijn natuurlijk een spectaculair verschijnsel voor wie er ook maar een te zien krijgt. De meeste Tanzanianen hebben nog nooit een nyangumi gezien, maar ze leren het woord wel op school. En zo kwam het dat ver in het binnenland van Tanzania in Kwa Dinu, alle kinderen in de klas een walvis tekenden toen ze gevraagd werden het monster uit het Alagwa verhaal over Ama Irmi te tekenen. Hoe dat zo kwam, kan je hier lezen.
