Je bekijkt nu Wie is de mol en wat spreekt’ie in Tanzania (deel 4)

Wie is de mol en wat spreekt’ie in Tanzania (deel 4)

(spoilerwaarschuwing: we bespreken de vijfde aflevering)

De redactie van Stemmen van Afrika was helemaal enthousiast: deze week stond het Swahili centraal in de opdracht ‘Weet je?’ en kwamen de kandidaten aan bij de berg Kilimanjaro. Wat betekent Kilimanjaro eigenlijk, en wat stond er nu op de labels van de koffiezakken?

Een nieuwe kerel die kapot gaat?

De eerste opdracht speelt zich af op een koffiefabriek. De labels van koffiezakken hebben tekst erop die iets over de kandidaten beschrijven. Zodra een zak gevuld is kan deze bij het juiste naambordje van een kandidaat geplaatst worden. Met één twist: de tekst is in het Swahili. 

Sommige woorden op de labels kan je zonder vertaalmachine herkennen, zoals polisi ‘politie’, soksi ‘sok’ en kambi ‘kamp’, allemaal geleend uit het Engels, waar je in aflevering 2 al over kon lezen.

Met behulp van een vertaalmachine kan de rest van de betekenis achterhaald worden, maar dan moet je het wél op de juiste manier uitspreken. Bram probeerde het volgende te zeggen: Alinunua gari ambalo liliharibika mara moja ‘Hij kocht een auto die onmiddellijk kapot ging’ en zei in plaats daarvan iets wat door de vertaalmachine herkend werd als: ally new are guy ambalo ambaye huvunjika mara moja ‘Ally is een nieuwe kerel die meteen kapot gaat’. Het gaat vooral mis omdat het Nederlands de letter ‘u’ uitspreekt als in ‘muren’ maar Bantoetalen spreken dezelfde letter uit als ‘oe’: in het Swahili schrijf je ‘Bantu’ maar je zegt ‘Bantoe’. De tweede keer horen we Bram ‘alinoenoe-a’ zeggen, en daarmee wordt hij door de vertaalmachine (en de Swahilisprekers in de fabriek) beter verstaan.

En gelukkig is het Swahili geen toontaal, want dan zou niet alleen Bram het lastig hebben gehad! In de meeste Bantoetalen maakt het uit op welke toonhoogte je een klank zegt, zoals je misschien ook van het Chinees kent. Als je de verkeerde toon gebruikt, maakt dat nogal uit (zie ook dit stuk over toontalen). In het Ikoma, een Bantoetaal van noordwest Tanzania, betekent anda (op lage toon) ‘maag’, maar met andá zeg je ‘luis’. Zulke tonen hadden de opdracht nog lastiger gemaakt. De voorganger van het Ikoma, het Swahili en andere Bantoetalen (het Proto-Bantoe) was een toontaal, maar het Swahili is door de tijd heen haar toon verloren. Dat is waarschijnlijk doordat het een grote handelstaal in Oost-Afrika is (geweest) en er veel tweedetaalsprekers zijn die het leren of in het verleden geleerd hebben. Soms kan dat grootschalige gevolgen hebben voor hoe een taal gesproken wordt.

Puzzels bij de koffie(zakken)

De redactie van Wie is de mol had ook het Swahili zelf als puzzelopdracht kunnen geven. Het werkwoord zit namelijk als puzzelstukjes in elkaar en je kan er zelf ook mee puzzelen: kan jij ontdekken wat a– is in de volgende zinnen op de koffielabels? En wat doen na– en li- hier?

a-na-penda kupokea soksi kama zawadi
hij/zij houdt van sokken als cadeau krijgen’

a-li-nunua gari ambalo liliharibika mara moja
hij/zij kocht een auto gekocht die meteen kapot ging’

a-li-kamatwa na polisi wa Italia
hij/zij werd gearresteerd door de politie van Italië’

ni-li-taka kuwa mpishi nilipokuwa mdogo
ik wilde kok worden toen ik klein was’

Het eerste puzzelstukje van het werkwoord geeft het onderwerp aan: a– voor hij of zij (daarin maakt het Swahili geen onderscheid – zie ook hier) en ni– voor ‘ik’. De drie voorbeelden met li– staan allemaal in de verleden tijd (kocht, wilde), maar na– geeft de tegenwoordige tijd aan (houdt van). Zo leg je dus een Swahili werkwoordspuzzel: eerst een stukje persoon, dan een stukje tijd en dan de stam van het werkwoord (waar we het in aflevering 3 over hadden). Als je houdt van dit soort puzzels, vind je onze escape game vast ook leuk!

Er is nóg iets interessants met de werkwoorden. Kijk eens naar de zin anapenda kupiga kambi ‘hij/zij houdt van kamperen’. We zagen net dat anapenda betekent ‘hij/zij houdt van’ en kambi ‘kamp’ hadden we ook al gezien als leenwoord. Dus wat doet kupiga, als kupiga kambi samen als ‘kamperen’ vertaald wordt? Letterlijk is kupiga ‘slaan’, maar de betekenis is erg verbleekt en het wordt gebruikt net als ‘doen’ of ‘maken’, werkwoorden die ook niet veel (meer) betekenen. Bijvoorbeeld in:

kupiga picha‘een foto maken’picha = foto (Engels ‘picture’)
kupiga pasi‘(kleding) strijken’pasi = strijkijzer
kupiga mwayo‘gapen’mwayo = gaap
kupiga mbio‘rennen’mbio = snelheid
kupiga rangi‘verven’rangi = verf, kleur
kupiga mswaki‘tandenpoetsen’mswaki = tandenborstel

Zulke zogenaamde ‘lichte werkwoorden’ zijn heel bruikbaar – zo kunnen wij ook ‘een flater slaan’, ‘iemand aan de haak slaan’, ‘een boek openslaan’, ‘een aanbod afslaan’…

De Kilimanjaro

Aan het eind van de aflevering worden de kandidaten (nogmaals) verwelkomd door zingende Maasai aan de voet van de berg met de prachtige naam Kilimanjaro. De herkomst van het woord Kilimanjaro is onduidelijk. Het lijkt uit twee delen te bestaan: kilima en njaro. Kilima komt in het Swahili van het woord voor berg, mlima. Met ki– ervoor betekent het ‘kleine berg’ en die betekenis zit al niet lekker, als je bedenkt dat de Kilimanjaro de hoogste berg van het continent is. Njaro zou kunnen komen van charo ‘reis, karavaan’ in de Rabai Bantoetaal van de kust, of kyaaro ‘reis’ in het Chaga, de taal gesproken op de Kilimanjaro. Als het eerste deel ook uit het Chaga komt, dan zou het ’moeilijk, onmogelijk’ kunnen betekenen, van het werkwoord lema, dus: ‘het ding dat karavanen bemoeilijkt’. Dat klinkt logischer, maar de Chaga noemen deze berg heel anders, namelijk Kibo, en zeggen dat Kilimanjaro niet hun naam voor de berg is. Er zijn ook mensen die zeggen dat njaro uit het Maasai komt en een verbastering is van enkáré ‘water’ want alle rivieren komen van de berg. Maar dan is het behoorlijk verbasterd en een samenstellling van twee woorden uit verschillende talen, is minder waarschijnlijk.

Waar de Swahili iets klein maken door het met ki- te laten beginnen, maken de Kamba in Kenia daarmee dingen juist groot met ki- en bij hen is kilima juist een grote berg. Zou het woord dan uit het Kamba komen? Sinds het bezoek van de missionarissen Rebmann en Krapf in het midden van de 19de eeuw staat de naam als ‘Kilimandscharo’ op de kaart en zij kwamen vanaf de kust (bij Rabai) via het Kamba-gebied naar de Kilimanjaro. Maar de Kamba noemen de Kilimanjaro anders, en wel, Kiima ja jeu ‘de witte berg’. Net als de Maasai trouwens, die Oldonyo oibor ‘witte berg’ zeggen. De oorsprong van het woord Kilimanjaro zou dus echt een uitdagende puzzel geweest zijn voor de deelnemers; zeker als ze alles wat je op internet vindt ook controleert in de woordenboeken.

Genoeg nog om te ontdekken dus! Zoals Rik zei op het einde van de koffieopdracht: Kwa heri ’tot ziens’ (letterlijk: ‘met geluk’)!

Bronnen
Aunio, Lotta. 2015. A typological perspective on Bantu nominal tone: the case of Ikoma-Nata-Isenye in western Tanzania. SAJAL 33:3, 359-371.
Gibson, Hannah. 2019. An incremental account of the light verb piga in Swahili. Abstract for conference.
Hutchison, J.A. 1965. The meaning of Kilimanjaro. Tanganyika Notes and Records 64. 
Mol, Frans 2021. The linguistic wealth and variety of names of places in Maasai. Oltepesi Cultural institute.
Stahl, Kathleen 1964. The history of the Chagga People of Kilimanjaro. The Hague: Mouton.