(spoilerwaarschuwing: we bespreken de zesde aflevering)
Ook in deze aflevering stond taal weer volop in de spotlights toen de kandidaten van Wie is de Mol 2026 zelf in het Swahili wilden proosten en leerden over kleuren in het Maasai. Wij graven daar nog even op door!
Proosten met naamwoorden
‘Hoe zeg je “proost” in het Swahili?’ vroeg Nienke in de nieuwe lodge aan de voet van de Kilimanjaro. Het antwoord komt nog een aantal keer voor tijdens het diner die avond (zoveel zelfs dat het verdacht gevonden wordt): maisha marefu. Dat betekent letterlijk ‘een lang leven’, en als we het nog verder ontleden, ontdekken we dat het geen toeval is dat beide woorden met ma– beginnen.
Alle naamwoorden in het Swahili horen namelijk bij een naamwoordklasse, en die kan je zien aan het begin van het naamwoord in het voorvoegsel: ma-isha heeft de ma– van klasse 6, net zoals ma-ji ‘water’ en ma-embe ‘mango’s’. Je kunt het een beetje vergelijken met het Duitse systeem, waarbij een naamwoord altijd een geslacht heeft: mannelijk (der Tisch ‘de tafel’), vrouwelijk (die Freiheit ‘de vrijheid’) of neutraal (das Instrument ‘het instrument’). Alleen zijn er in veel Bantoetalen niet 3, maar soms wel meer dan 12 naamwoordklassen! Vaak komen vergelijkbare concepten in eenzelfde klasse en beginnen dus met hetzelfde voorvoegsel. Zo zijn mensen vaak samen in klasse 1/2 en dieren in klasse 9/10. De naamwoordklasse heeft ook invloed op de vorm van de woorden die erbij horen, zoals het bijvoeglijk naamwoord ‘lang’: dat is ma-refu als het over een woord in klasse 6 gaat, maar een lang kind, bijvoorbeeld, is m-toto m-refu,‘lange bomen’ zijn mi-ti mi-refu en vi-tabu vi-refu zijn ‘lange boeken’.
Hoe je in Bantoetalen verder kan goochelen met naamwoordklassen, lees je hier.

Kleuren van de Maasai
Nu spreken de Maasai niet enkel Swahili, wat een tweede taal is. Ze spreken als moedertaal het Maa, een oost-Nilotische taal, en daarover vertelt Rik aan Eveline een aantal interessante feiten over kleurentermen, waarschijnlijk gebaseerd op een uitstekend artikel van Doris Payne uit 2003 – of misschien op ons verhaal daarover uit 2013. Waar we in het Nederlands van 11 basiswoorden voor kleur uitgaan (blauw, rood, zwart etc.), heeft het Maa 30 woorden, plus nog eens 20 die kleur met texturen/patronen combineren, vertelt Rik. Sommige daarvan zijn eigenlijk werkwoorden: iets kan nyokie ‘rood zijn’ of do(r) ‘bloedrood zijn’. Aan het eind vraagt Rik wat voor dingen beschreven worden met do(r) – het antwoord daarop had kunnen zijn, bijvoorbeeld: de kleur van fruit, iemand die met rode oker is versierd, thee zonder melk en “een Europees persoon wanneer die boos is of zich schaamt”. Een Europeaan die verbrand is door de zon, wordt dan weer met nyokie beschreven.

Zo kun je zien dat in elke taal en cultuur woorden voor kleuren anders gebruikt worden. En hoe worden al die verschillende kleuren dan gebruikt in het Maa? Een taal heeft woorden voor wat belangrijk is om uit te drukken in die taal. Het hoeden van vee speelt een centrale rol voor de Maasai in hun dagelijks leven: het voorziet in hun levensonderhoud en is een onderdeel van hun leefstijl en identiteit. Eerder in de aflevering horen we bijvoorbeeld al dat het belangrijk is om een leeuw te kunnen raken met je speer, om de kudde te beschermen. In een samenleving die draait om het hoeden van vee is het belangrijk om je eigen kudde te kunnen onderscheiden van die van anderen, en ook de individuele dieren te kunnen benoemen. Je wilt niet enkel weten of je nog 10 koeien hebt, je wilt weten dat het jouw 10 koeien zijn. Net zoals je je eigen kinderen kunt onderscheiden door hun uiterlijk, kun je je eigen vee onderscheiden door hoe die eruitzien. Zoals je je wel kunt voorstellen zijn er ontzettend veel verschillen in hoe bijvoorbeeld koeien eruitzien. Hier zijn in het Maa dan ook veel woorden voor, zowel voor kleuren als patronen en hoe die combineren.
De volgende drie koeien zou een spreker van het Nederlands waarschijnlijk ‘bruin’ noemen (met dank aan Cecilia Mignanti voor de foto’s).



In het Maa gesproken in de buurt van Arusha zijn echter zeven verschillende termen die gebruikt worden om naar tinten bruin te verwijzen (gebaseerd op veldwerk van Cecilia Mignanti), waarvan een aantal op de foto’s te zien zijn.
De Maasai zijn niet de enige die zo’n uitgebreide woordenschat hebben om te verwijzen naar hun vee. Vaak zie je dit in een samenleving die draait om het hoeden van vee. Zo gebruiken de Mursi, die in Ethiopië leven, enkel woorden voor kleur die gebruikt worden voor het beschrijven van vee. De Hamar in Ethiopië hebben ook iets vergelijkbaars, waar kleuren en patronen samen in één woord worden uitgedrukt.
Denk bijvoorbeeld aan het Nederlandse woord ‘bont’ dat gebruikt wordt voor een gevlekte koe, maar ook voor een Brabants bont tafelkleed. Patronen zijn bij de Hamar nog belangrijker dan kleuren. Er zijn in het Hamar bijvoorbeeld woorden voor een koe met een witte kop of een wit uiteinde van de staart. Het helpt hen om in één oogopslag te zien wie van de koeien ontbreekt zonder te hoeven tellen. Sara Petrollino vertelt er meer over in deze online lezing en bij Things that talk (in het Engels).
Hopen dat de kandidaten niet alleen bij koeien patronen kunnen herkennen, maar ook in het gedrag van de mol in hun midden…
Bronnen
Payne, Doris L. 2003. Maa Color Terms and Their Use as Human Descriptors. Anthropological Linguistics 45(2). Link: https://www.jstor.org/stable/30028884
Turton, David. 1980. There’s No Such Beast: Cattle and Colour Naming Among the Mursi. Man 15(2). Link: https://www.jstor.org/stable/2801674
Voor meer informatie over het Maa kan je ook terecht op de website van Doris Payne: https://darkwing.uoregon.edu/~maasai/Maa%20Language/maling.htm
Voor meer informatie over het werk van Cecilia Mignanti kun je binnenkort hier een video bekijken: www.youtube.com/@RiftValleyNetwork
