Iedereen die zich wel eens heeft verdiept in Afrika weet dat er heel veel talen worden gesproken. Voor Afrika als geheel denken de mensen die zich professioneel met het onderscheiden en tellen van talen bezighouden dat het gaat om ruim 2,000 verschillende talen.[1] Voor individuele landen in Afrika kan het gaan om tientallen tot zelfs honderden talen per land; de schatting voor Nigeria is ruim 500 talen, voor Kameroen tegen de 300. Dat is één reden waarom veel landen vasthouden aan Engels, Frans of Portugees als officiële talen: het zou ondoenlijk zijn om al die lokale talen gelijk te behandelen. Het leidt er ook toe dat het onderwijs in bijna alle Afrikaanse landen vanaf ongeveer groep 5 in het Engels, Frans of Portugees wordt gegeven. Maar: zou een andere oplossing mogelijk zijn?
Voor een antwoord op die vraag is het handig om eerst te kijken naar hoe het onderscheid tussen verschillende talen en tussen talen en dialecten eigenlijk wordt gemaakt. Dat is namelijk geen exacte wetenschap. In de ‘ethnologue’ database worden drie criteria gegeven:
- Kunnen sprekers van verwante dialecten elkaar redelijk begrijpen? Dan gaat het om dezelfde taal.
- Als sprekers elkaar niet goed kunnen begrijpen, maar wel allemaal toegang hebben tot een gedeelde literatuur, kan er toch van één taal gesproken worden.
- Maar als ze elkaar wèl begrijpen, maar als de spelling en de geschiedenis uiteen lopen kan er toch van verschillende talen gesproken worden.
Op grond van deze criteria wordt bijvoorbeeld het Engels als één taal behandeld, hoewel er grote verschillen zijn in uitspraak en woordenschat tussen de verschillende Engelstalige gemeenschappen. Van de andere kant worden het Tsjechisch en het Slowaaks als twee verschillende talen beschouwd, hoewel sprekers van die talen elkaar prima kunnen begrijpen.
In veel landen worden talen gesproken die nauw met elkaar verwant zijn. In die landen wordt daarom vaak één taal als de standaardtaal aangemerkt. Die taal moet iedereen dan leren, naast de eigen spreektaal. Het grote voordeel daarvan is dat iedereen in het land toegang heeft tot een gemeenschappelijke standaardtaal. Die is anders dan de spreektaal, maar er wel aan verwant. Dat betekent dat die standaardtaal redelijk makkelijk te leren en te onderwijzen is. Dat geldt bijvoorbeeld ook in Nederland: het Limburgs wordt gezien als een aparte taal. Sprekers van het Limburgs moeten moeite doen om het standaard-Nederlands te leren. Maar die moeite is veel minder dan wanneer de officiële taal bijvoorbeeld Pools zou zijn. Wat voor Nederland geldt, geldt voor veel meer landen, zoals Duitsland, Italië, maar ook bijvoorbeeld China (waar meer dan 90% van de bevolking het Mandarijn of een daaraan verwante Sinitische taal spreekt).
De bovengenoemde criteria voor het onderscheid tussen de talen verklaren voor een deel het grote aantal talen in Afrika. Zo kan het voorkomen, dat nauw verwante talen heel verschillend geschreven worden – bijvoorbeeld omdat ze voor het eerst zijn opgeschreven door missionarissen uit verschillende landen. Resultaat: in veel gebieden in Afrika zijn heel veel onderling nauw verwante talen. Sommige wetenschappers hanteren net iets andere criteria, en komen dan tot een veel lager aantal talen. De Zuid-Afrikaanse taalwetenschapper en activist Neville Alexander heeft al lang geleden betoogd dat er in Zuid-Afrika eigenlijk maar vier talen zijn, in plaats van de elf die nu erkend zijn.
In theorie zou het dus mogelijk moeten zijn om standaardtalen te ontwikkelen op basis van bestaande spreektalen, die makkelijk te leren zijn voor sprekers van een groot aantal verwante talen. In Tanzania is dat ook precies wat is gebeurd: het Swahili is gekozen tot standaardtaal. Die taal is nauw verwant aan de overige talen in de Bantoe-taalfamilie, die door meer dan 90% van alle Tanzanianen gesproken werden en worden. Voor Kenia zou diezelfde oplossing niet zo snel werken, omdat Kenia grote minderheden heeft van sprekers van andere dan Bantoe-talen. Voor die sprekers is Swahili ongeveer net zo moeilijk te leren als het Engels. Als je dus een oplossing met makkelijk te leren standaardtalen zou willen kiezen voor Kenia, dan zal het altijd om meer dan één taal gaan. Maar toch zou je ook in Kenia op deze manier met veel minder standaardtalen hoeven te werken dan de ruim 60 talen die er onderscheiden worden.
In theorie kán het dus – je zou in Afrika gebruik kunnen maken van een beperkt aantal Afrikaanse standaardtalen. Het feit dat in Afrika ruim 2,000 talen worden geteld hoeft geen probleem te zijn. Rest nog de vraag – waaróm zouden Afrikanen dat willen? Op die vraag zijn verschillende antwoorden te geven. Eén antwoord is bijvoorbeeld dat het op die manier makkelijker is om aan te sluiten bij de eigen tradities, kennis en cultuur. Een andere reden is dat op die manier het onderwijs efficiënter kan worden: de verwachting is dat leerlingen zo meer zullen leren met dezelfde inzet aan geld en menskracht. Maar de discussie hierover in Afrika is nog volop gaande.
[1] Zie bijvoorbeeld www.ethnologue.com
