(spoilerwaarschuwing: we bespreken de eerste aflevering!)
Wie is de mol 2026 is van start en de deelnemers kwamen in de eerste aflevering met een klein vliegtuigje aan in Tanzania! Nu is Tanzania taalkundig óók heel interessant, dus Stemmen van Afrika volgt ze op de voet. Zouden ze hun fuko (‘mol’ in het Swahili) kunnen vinden?
Zodra de groep uit het vliegtuigje stapt, worden ze begroet door een zingend en dansend welkomstcomité van, zoals Geraldine zegt, “een Maasai-familie”. Wat ze precies zingen is niet te verstaan, maar het is waarschijnlijk in het Maasai, een Nilotische taal. Even later horen we dat Quinty ‘asante sana’ zegt: ‘dankjewel’ in het Kiswahili, een Bantoetaal. En de lodge staat vlakbij het gebied waar Gorwaa gesproken wordt, wat een Koesjitische taal is. Deze taalfamilies verschillen van elkaar als het Nederlands van het Japans en het Arabisch, dus de Mol is geland in een talig heel bijzonder gebied, waar deze drie taalfamilies elkaar treffen!


De eerste aflevering vindt plaats in een gebied met misschien wel de grootste taaldiversiteit in heel Afrika want behalve de drie verschillende taalfamilies die we net genoemd hebben, vinden we in dit gebied ook de kliktalen Sandawe en Hadza, die niet met elkaar en niet met deze families verwant zijn. Je vindt ook grote verschillen in middelen van bestaan met landbouwers zoals de Gorwaa, veenomaden zoals de Maasai en jager-verzamelaars zoals de Hadza. Met elkaar spreken deze mensen Swahili, want dat is de taal van Tanzania die iedereen kent. In vorige eeuwen, voordat Swahili algemeen goed werd, leerden naburige volkeren elkaars taal. We zien daarom veel onderlinge beïnvloeding van deze talen.
Bijvoorbeeld het woordje voor ‘mol’. In de meeste Bantu talen lijkt dat op het Swahili woord fuko wat oorspronkelijk ‘de graver’ betekende – wel logisch! In de Koesjitische talen van Tanzania noemen ze de mol kuta, wat ook ‘de graver’ betekent en afgeleid is van hun werkwoord voor ‘graven’. De Bantoetalen van dit gebied, zoals het Rangi bijvoorbeeld, hebben het Koesjitische woord overgenomen. Er zijn ook structurele overeenkomsten die laten zien hoe de talen van dit gebied naar elkaar toe zijn gegroeid, zoals een zinsstructuur met een los woordje voor tegenwoordige of verleden tijd aan het begin van de zin – dat is ongebruikelijk voor een Bantoetaal waar tijd op het werkwoord wordt aangegeven.

(bron: Ethnologue)
De lodge waar de kandidaten (en de mol!) slapen ligt dicht bij het Manyarameer en ook de provincie heet Manyara. Google zal je vertellen dat dat van het Maasai woord komt voor de potlood-plant (Euphorbia tirucalli), die een giftig sap bevat en daarom vaak geplant wordt in de omheining van een Maasai kraal. Nu heet die plant l-oiliai in het Maasai en hij heet manyara of manyala juist in enkele Bantoetalen van het gebied (zoals het Gogo), en in die betekenis komt het woord dus oorspronkelijk níét uit het Maasai. Tenzij het juist afgeleid is van ol-manyara, het Maasai woord voor een groep mensen bijeen. Een derde theorie die je wel vindt is dat het zou komen van manyero voor een plaats waar dieren drinken, een trog of voerbak. Dat woord zou uit het Mbugwe komen, de Bantoetaal het dichtst bij het gebied. En inderdaad zou je manyero kunnen zien als een afgeleid woord met het -ero achtervoegsel van het werkwoord nya voor ‘drinken’ en met een meervoudsvoorvoegsel ma-. Maar… de Mbugwe hebben hun eigen woord kihori voor zo’n trog. De etymologie van woorden is niet makkelijk om precies vast te stellen, maar iedereen heeft daar wel zijn gedachten en fantasie over.
En zou er nog een hint verstopt zitten in de bordjes van de opdracht ‘tasten in het duister’? Rik zat in huisje mjusi, wat ‘hagedis’ betekent, en verder zagen we nog bata ‘eend’, bweha ‘jakhals’ en nyati ‘buffel’ – allemaal Swahili dierennamen, net als natuurlijk… fuko!
____
Lees hier meer over de taalsituatie in Tanzania en over taal op een basisschool niet ver van de lodge. Luister je liever naar een verhaal precies uit deze regio? Kijk en luister naar de sprookjes van de buren van de Gorwaa in onze Verhalenhoek.
