Waarom gebruikt in Tanzania wél iedereen Swahili en in Kenia niet?
Swahili is makkelijker te leren als je eerste taal ook een Bantoetaal is.

Waarom gebruikt in Tanzania wél iedereen Swahili en in Kenia niet?

De twee Oost-Afrikaanse buurlanden Kenia en Tanzania worden vaak met elkaar vergeleken. Kenia koos na de onafhankelijkheid een meer op het Westen gerichte koers, Tanzania ging voor het socialisme. Inmiddels heeft zich in Kenia een redelijk functionerend meerpartijenstelsel ontwikkeld, en is er gedecentraliseerd. In Tanzania krijgt president Magafuli het verwijt dat hij de jongste verkiezingen heeft gemanipuleerd en dat de centrale staat steeds meer gaat controleren. En ook op taalgebied maakten die landen andere keuzes: in Tanzania is Swahili de tweede landstaal, en is bijvoorbeeld de website van de overheid (tanzania.go.tz) tweetalig. In Kenia is er een duidelijk statusverschil: hoewel Swahili er in naam dezelfde status heeft als het Engels is Engels er dominant – de website van de overheid (mygov.go.ke) is alleen in het Engels te lezen. Waarom is dat?

In de literatuur worden diverse verklaringen gegeven. Er zijn bijvoorbeeld historische redenen: Tanzania is een tijdlang een Duitse kolonie geweest en de Duitsers kozen ervoor om het Swahili, niet het Duits, als handelstaal te bevorderen. Bovendien is er de persoon van Nyerere, die een krachtige visie had waarin het Swahili een belangrijke plaats innam. Maar toch voldoen die verklaringen niet helemaal. Zo is er van de ideologische erfenis van Nyerere nu weinig meer over – maar zijn keuze voor Swahili is inmiddels onomstreden. Zijn er niet nog andere verklaringen die op zijn minst aanvullend zijn? Volgens mij is er één verklaring die in de literatuur vaak over het hoofd wordt gezien, misschien wel omdat het té voor de hand liggend is: voor bijna alle Tanzanianen is het Swahili een makkelijke taal om te leren – maar voor veel Kenianen ligt dat anders. Hoe zit dat?

Swahili wordt in een groot gedeelte van Oost-Afrika als tweede of derde taal gesproken.

Zowel in Kenia als in Tanzania worden veel verschillende talen gesproken. Maar een belangrijk verschil is dat meer dan 98% van alle Tanzanianen van huis uit één (of meerdere) van de Bantoetalen spreekt. Ook Swahili is een Bantoetaal. In Kenia ligt dat percentage veel lager – tegen de 70%. De andere Kenianen spreken talen die tot de Nilotische of de Koesjitische taalfamilies worden gerekend. En dat doet ertoe. Om dat te verduidelijken is een klein uitstapje nodig, naar de Verenigde Staten.

Zoals bekend is het taalonderwijs in de V.S. nou niet bepaald toonaangevend. Toch hebben de Amerikaanse diplomatieke en geheime diensten betrouwbare mensen nodig die vreemde talen spreken. Daarom bestaat of bestond er in de V.S. een opleidingsprogramma om mensen allerlei talen te leren. In de praktijk is daaruit een indeling gekomen van talen, van makkelijk te leren (voor Amerikanen met talent voor talen) tot heel moeilijk te leren. De verschillen zijn groot: voor de makkelijkste taalcombinaties staat 10 weken, voor de moeilijkste meer dan 80 weken voltijds leren. Wat dit betekent voor mensen die minder talent hebben voor talen of voor Afrikanen in plaats van voor Amerikanen is bij mijn weten niet onderzocht. In elk geval is wél duidelijk dat de moeilijkheidsgraad van een taal heel wat uitmaakt.

Terug naar Tanzania en Kenia. In Tanzania is Swahili voor bijna iedereen makkelijk te leren. In Kenia is dat niet het geval: er is een grote minderheid in Kenia waarvoor Swahili niet bijster veel makkelijker te leren is dan Engels. Deze verklaring voor het verschil in de verbreiding en acceptatie van Swahili tussen beide landen is in de literatuur niet te vinden – maar dit zou wel eens fundamenteler kunnen zijn dan de bestaande, historische verklaringen. Voor de toekomst betekent dit dat het waarschijnlijker is dat Kenia een meertalig land zal blijven: zelfs als er ooit overgestapt zal worden op Afrikaanse talen zullen dat meerdere talen zijn. Voor Tanzania is dat minder nodig. Maar toch: de 2% van de Tanzanianen die geen Bantoetaal spreekt, dat wil zeggen zo’n anderhalf miljoen mensen, worden door het huidige Swahiligerichte taalbeleid op achterstand gezet. In de toekomst zal ook daarvoor nog een oplossing nodig zijn.

De ideeën in deze bijdrage zijn verder uitgewerkt in Bert van Pinxteren’s proefschrift ‘Language, Education and Identity in Africa’, dat hij in 2021 hoopt te verdedigen.