Too cool for school? Creooltalen in het onderwijs
Creoltaal op school - betere schoolprestaties en meer zelfvertrouwen

Too cool for school? Creooltalen in het onderwijs

Deze week vond het jaarlijkse zomercongres plaats van de Society for Pidgin and Creole languages (SPCL), de internationale vereniging van taalwetenschappers die onderzoek doen naar pidgins, creooltalen en mengtalen. Normaliter komen deze taalwetenschappers in de zomer bij elkaar op een tropisch eiland met een creooltaal om elkaar bij te praten over het onderzoek en een nieuwe voorzitter te benoemen, maar dit jaar was het congres in verband met COVID19 online. Lezingen werden gehouden vanaf bureaus en keukentafels in onder andere Parijs, Kingston, Hongkong, Lagos en Nettetal over contacttalen zoals Fa d’Ambô, Haitiaans,  Manchu Pidgin Chinees en Naija. En de voorzittershamer werd virtueel overgedragen aan prof. dr. Bettina Migge (University College Dublin), die het congres samen met Stefano Manfredi, Nicolas Quint en Isabelle Léglise (SeDYL/CNRS) had georganiseerd. 

Creooltalen als onderwijstalen

In één van de plenaire debatten op het congres werd er gediscussieerd over de vraag, of creooltalen onderwezen konden worden. In eerste instantie lijkt dat misschien een rare vraag. Hoezo zouden creooltalen niet onderwezen kunnen worden? Iedereen weet immers dat creooltalen volwaardige talen zijn. De ontstaansgeschiedenis van de creooltaal Sranantongo verschilt misschien van een taal zoals het Nederlands, maar het overbrengen van een boodschap of het uitdrukken van gevoelens gaat net zo goed in het Nederlands als in het Sranantongo. Dat heeft de schrijver Trefossa (Henri Frans de Ziel, 1916-1975) al in de jaren ’50 van de vorige eeuw laten zien toen hij het bekende gedicht over in den knop gebroken bloemen van Willem Kloos in het Sranantongo vertaalde. Aan de taal ligt het dus niet.  

Weinig scholen

Maar waarom zijn er dan zo weinig scholen waar er in een creooltaal onderwezen wordt? In 2010 publiceerde Bettine Migge samen met Isabelle Léglise en Angela Bartens (Universiteit van Turku) een overzicht van de op dat moment lopende projecten met creooltalen als schooltalen. Dat waren er inderdaad niet veel, zoals uit onderstaande figuur blijkt. Het hadden er veel meer kunnen zijn. Zo telt Smith (1995) maar liefst 166 creooltalen wereldwijd, terwijl hij de kanttekening maakt dat deze lijst niet volledig is.

Op relatief weinig plekken worden creooltalen op school gebruikt.

Creooltalen worden over het algemeen niet geschikt geacht voor onderwijsdoeleinden vanwege de lage status die aan deze talen wordt toegekend. Ze worden vaak gezien als geschikt voor het dagelijkse leven, maar als onderwijstaal geeft men meestal liever de voorkeur aan de Europese standaardtalen van de voormalige koloniale machthebbers. Creooltalen zijn goed voor de sociale cohesie en onderlinge solidariteit, maar de Europese standaardtalen zorgen voor opwaartse sociale mobiliteit en economisch succes, zo denkt men. Vandaar dat men zich vooral richt op het leren van de Europese talen, en nauwelijks op creooltalen. Dit is een koloniale erfenis: het is het gevolg van eeuwenlange onderdrukking, vooroordelen en het achterstellen van tot slaafgemaakten, hun kinderen en kleinkinderen, en hun talen. Zelfs nu nog kunnen mensen zich herinneren dat zij gestraft werden als zij op school in de lokale creooltaal spraken. En velen krijgen tegenwoordig nog steeds geregeld te horen dat de creooltaal niet zo goed is als het Standaardnederlands, Engels of Frans.

Woordenboeken

Er zijn ook praktische argumenten waarom creooltalen niet of nauwelijks in het onderwijs gebruikt worden. Leerboeken, woordenboeken en andere onderwijsmaterialen zijn beschikbaar in Europese standaardtalen, maar nog niet of nauwelijks in de creooltalen. Weinig onderwijsinstellingen zijn bereid om te investeren in de ontwikkeling van deze materialen, omdat het een langdurig en ingewikkeld proces is (zie ook Taalbeleid in Afrika). Al zijn er een paar inspirerende uitzonderingen;  dat zijn Papiaments, Haïtiaans, Seselwa en Tok Pisin. Ook met betrekking tot de Surinaamse creooltalen zijn er veranderingen gaande. Stimofo heeft vorige maand deel twee in de reeks ‘Mijn eerste woordjes in het Sranan’ uitgebracht. En recent verscheen ook de tweetalige Saramakaans-Nederlandse rekenmethode. Op basischolen in het naburige Frans Guyana wordt steeds vaker Nengee gebruikt om de kinderen taal en rekenen te leren.

De bekende Jamaicaanse lexicoloog Joseph Farquharson (University of the West Indies) pleitte op het SPCL-congres voor meer woordenboeken. Enerzijds om het gebrek aan onderwijsmaterialen op te lossen, anderzijds omdat woordenboeken een positief effect op de status van een taal kunnen hebben. Een woordenboek ‘bewijst’ als het ware dat een taal waarde heeft. De meeste creooltaalwoordenboeken zijn op dit moment tweetalig, maar er is veel meer mogelijk: Eéntalige woordenboeken, meertalige woordenboeken (bijvoorbeeld Papiaments-Engels-Nederlands), gespecialiseerde woordenboeken op het gebied van gezondheid, voedsel, techniek etc., woordenboeken gericht op verschillende soorten gebruikers (van moedertaalsprekers tot tweedetaalleerders van verschillende niveau’s), en uitgebreide woordenboeken met informatie over de herkomst van de woorden, de spreekstijl (formeel, informeel, pejoratief) en de frequentie van gebruik. En niet meer alleen op papier, maar ook digitaal. Zodat iedereen het woordenboek altijd en overal kan raadplegen. 

Creooltalen zijn belangrijk in het onderwijs

Het onderzoek van Migge en haar collega’s naar creooltalen op school is inmiddels meer dan tien jaar oud. Na afloop van het debat vroeg ik de kersverse SPCL-voorzitter Bettina Migge wat er sinds de publicatie van hun onderzoek veranderd is, en waarom onderwijs in creooltalen belangrijk is. Volgens Migge spannen steeds meer onderwijsinstellingen over de hele wereld zich in om creooltalen op te nemen in basis- en voortgezet onderwijs. Dit is gunstig, want het gebruik van de thuistaal heeft positieve effecten op de leerprestaties van de kinderen en de kinderen krijgen meer zelfvertrouwen. Ouders en leerkrachten zijn minder negatief over de creooltaal. En twijfels over het gebruik van de creooltaal op school nemen af. Er zijn steeds meer voorbeelden van creooltalen als succesvolle schooltalen, als de politieke wil er is om ze een kans te geven. Toch is dit niet het moment om zelfgenoegzaam te zijn, aldus Migge. De wereld verandert. Samenlevingen veranderen, evenals hun taalrepertoires en taalattitudes. We moeten dus onderwijsbenaderingen en materialen blijven aanpassen zodat er aansluiting is en blijft met de samenleving, maar we moeten ook blijven uitleggen waarom creooltalen als onderwijstalen op alle niveaus van de onderwijssysteem gunstig zijn voor hun sprekers.

Bronnen

Migge, Bettina, Isabelle Léglise, Angela Bartens (2010) ‘Creoles in Education. A Discussion of Pertinent Issues’. In Migge, Bettina ; Léglise, Isabelle ; Bartens, Angela (eds). Creoles in Education: a Critical Assessment and Comparison of Existing Project., John Benjamins, p. 1-30, https://doi.org/10.1075/cll.36.01mig

Smith, Norval (1994) ‘An annotated list of creoles, pidgins and mixed languages’ In Arends, Jacques, Pieter Muysken en Norval Smith (eds.) Pidgins and Creoles. An introduction. John Benjamins Publishing Company, p.  331- 374 https://doi.org/10.1075/cll.15.34smi