Je bekijkt nu Anti-migratie protesten in Zuid-Afrika: Maar is iedereen niet een migrant?
Demonstratie tegen vreemdelingenhaat in Johannesburg in 2015 - Door Dylton- eigen werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=39753823

Anti-migratie protesten in Zuid-Afrika: Maar is iedereen niet een migrant?

In Zuid-Afrika vond op 30 juni 2026 een groot protest plaats tegen “illegale vreemdelingen”, immigranten uit andere Afrikaanse landen die al dan niet met de juiste papieren in Zuid-Afrika verblijven en, vooral, werken. De hoge werkeloosheid in Zuid-Afrika zorgt voor onvrede onder de bevolking, en die wordt afgereageerd op “buitenlanders”, die de banen van Zuid-Afrikanen “afpakken”.

Ook al is deze aversie tegen migranten goed te plaatsen in het huidige politieke en economische klimaat, tegelijkertijd heeft het iets ironisch. Zuid-Afrikanen zijn namelijk (bijna) allemaal migranten, afstammelingen van mensen die in de laatste tweeduizend, of zelfs maar de laatste duizend jaar naar Zuid-Afrika getrokken zijn. Wie waren dat allemaal, en hoe hebben deze migranten Zuid-Afrika gemaakt tot wat het nu is?

1. Ontdekkers en kolonisatoren

In 1488 rondde Bartholomeus Diaz, een Portugese zeevaarder, voor het eerst het zuidelijkste punt van het Afrikaanse continent. Hoewel dit niet leidde tot een permanente Portugese aanwezigheid in Zuid-Afrika, wekte het wel de interesse van andere zeevarende Europese landen. De Nederlandse VOC passeerde Zuid-Afrika op haar reizen naar “de Oost”, het huidige Indonesië. In 1652 besloot de VOC dat deze lange zeereis in Zuid-Afrika opgebroken moest worden, om nieuwe voorraden in te slaan en de bemanning te laten aansterken. Jan van Riebeek ging aan land in wat nu Kaapstad is, en bouwde een fort van waaruit de VOC voorraden kon inslaan voor schepen die halverwege de reis naar de Oost aanmeerden.

De verversingspost groeide uit tot een kolonie, en de kolonie groeide uit tot een aparte staat, al was die maar een kort leven beschoren. Dit ging gepaard met een massale migratie van (onder andere) Nederlanders naar Zuid-Afrika, die zich daar vestigden en leefden van de landbouw. Hun afstammelingen spreken nu Afrikaans, een nog altijd nauw aan het Nederlands verwante taal, en vormen een gemeenschap van enkele miljoenen mensen.

In de koloniale periode werden er ook mensen naar Zuid-Afrika gehaald die daar als slaaf moesten werken. Zij kwamen uit andere delen van Afrika, bijvoorbeeld Madagascar, of uit zuidoost Azië. Hun taalkundige achtergrond heeft mede bijgedragen aan de ontwikkeling van het Afrikaans, waarin je woorden vindt die oorspronkelijk uit het Maleis komen.

Ook na de koloniale periode ging migratie door. De razendsnelle ontwikkeling van de mijnbouw in de 19de eeuw was aanleiding voor massale arbeidsmigratie vanuit andere zuidelijk Afrikaanse landen.

Groot Constantia, een gebouw in traditionele Kaaps-Hollandse stijl gebouwd ten tijde van de Nederlandse bezetting van Zuid-Afrika. Door Martinvl – eigen werk, CC BY-SA 4.0.

2. De landbouwrevolutie

Vanaf ongeveer het jaar 300 van onze jaartelling verschijnen er gemeenschappen in Zuid-Afrika die leefden van de landbouw. De mensen die deze eerste landbouwsamenlevingen stichtten kwamen duidelijk niet uit Zuid-Afrika; de gewassen die ze verbouwden, de talen die ze spraken, en zelfs hun DNA vinden duidelijke wortels ver ten noorden van Zuid-Afrika. Vanaf het jaar 1000 kwam een nieuwe migratiestroom op gang, die nog meer impact had. Deze migratiestroom bracht de mensen naar Zuid-Afrika die de voorouders zijn van de huidige zwarte bevolking van Zuid-Afrika.

De talen die zij spreken, zoals het Zulu, Xhosa, Sotho en Tswana, behoren tot een taalfamilie die Bantoe genoemd wordt (op basis van het woord voor ‘mensen’, dat in de meeste talen van deze familie lijkt op het woord ‘bantoe’). Talen van de Bantoe taalfamilie vind je over grote delen van Afrika, en de Bantoe-talen die het meest lijken op die van Zuid-Afrika vind je in gebieden als Zimbabwe, Malawi, en het noorden van Mozambique. Deze talen lijken zoveel op Zuid-Afrikaanse talen omdat het nog niet zo lang geleden is dat hun sprekers één gemeenschap vormden.

Hoewel deze migratie dus nog maar relatief kort geleden plaatsvond, had deze wel een enorme demografische impact: meer dan 80% van de moderne Zuid-Afrikanen zijn afstammelingen van deze ongeveer 1000 jaar oude migratiegolf.

3. Schapen en schaapherders

Ongeveer 2000 jaar geleden vond er nog een migratie plaats, van oost Afrika naar Zuid-Afrika. Deze migranten waren herders, ze leefden van het houden van schapen, en waarschijnlijk ook koeien. Ze kwamen oorspronkelijk uit oost Afrika, maar deze migratie was veel minder massaal dan de migraties van de Bantoe-sprekende landbouwers: waarschijnlijk ging het om redelijk kleine aantallen mensen, vooral mannen, die opgenomen werden in de lokale gemeenschappen. Ze brachten wel nieuwe technologieën, culturele gebruiken, en talen mee, namelijk de talen van de Khoe-Kwadi familie. In Zuid-Afrika zijn deze talen niet meer te vinden, maar in Namibië en Botswana kun je nog wel gemeenschappen vinden die talen van de Khoe-Kwadi familie spreken, al vormen zij wel een minderheid.

Rotsschildering uit Namibië. Foto door Harald Süpfle, CC BY-SA 2.5.

4. In het begin waren de jagers-verzamelaars

Ga je verder dan 2000 jaar terug, dan blijft het opvallend stil in Zuid-Afrika. Maar ook voor de eerste migranten zich aandienden, woonden er al mensen in Zuid-Afrika. Deze mensen leefden van de jacht en het verzamelen van wilde planten. Ze zijn ook bekend vanwege de rotskunst die ze maakten, maar het is niet gemakkelijk om meer over hun leven te weten te komen, want de meeste van deze jagers-verzamelaars-gemeenschappen zijn opgenomen in de gemeenschappen van latere migranten, en hebben zo hun eigen identiteit en taal verloren. Of zij ook, ergens in het verre verleden, via migratie in Zuid-Afrika terecht is gekomen, is niet duidelijk, maar er zijn vooralsnog geen aanwijzingen voor. Omdat Zuid-Afrika een ontzettend lange geschiedenis van menselijke bewoning heeft, is het niet ondenkbaar dat deze jagers-verzamelaarsgemeenschappen altijd in Zuid-Afrika gewoond hebben.

Het moderne Zuid-Afrika is dus een opeenstapelingen van migraties. Bijna iedereen in Zuid-Afrika, ongeacht hun huidskleur of moedertaal, heeft voorouders die zich pas in de laatste 2000 jaar in Zuid-Afrika gevestigd hebben. Het onderscheid tussen migrant en autochtoon is in Zuid-Afrika dus vooral een kwestie van tijd, en de geschiedenis leert dat uiteindelijk iedereen een plek krijgt in de samenleving.