Archeologen zoeken in Congo naar de wieg van het Kongo en haar zustertalen
Hoe kan taalkunde archeologen vertellen waar te graven?

Archeologen zoeken in Congo naar de wieg van het Kongo en haar zustertalen

Kunnen taalkundigen bepalen waar de wieg van een taalfamilie stond zonder over oude geschriften te beschikken? En zo ja, heeft het dan zin dat archeologen naar dat geboorteland reizen op zoek naar sporen die de sprekers van die vooroudertaal achterlieten om zo de tijdsdiepte van de taalfamilie te dateren (zoals in de video hieronder)? Het BantuFirst-team van de Universiteit Gent, waar taalkundigen en archeologen samen de vroege geschiedenis van Bantoesprekers in Midden-Afrika onderzoeken, antwoordt volmondig “ja” op deze vragen!

Hoe bepalen taalkundigen waar de wieg van een taalfamilie stond?

Wanneer historische taalwetenschappers het geboorteland van een taalfamilie (homeland of thuisland in het Engels, berceau of wieg in het Frans) willen opsporen dan denken ze als biologen. Ze proberen te achterhalen waar zich de grootste diversiteit binnen de soort bevindt. De oorsprong van de moderne mens ligt in Afrika, zo blijkt uit de grootste genetische diversiteit binnen de menselijke soort alsook uit archeologisch en paleontologisch bewijsmateriaal. En op basis van verscheidenheid binnen de parelgierst vermoedden plantkundigen al langer dat dit graan vanuit de Sahel in West-Afrika aan zijn verovering van de wereld begon. De ontdekking van parelgierst in ongeveer 4500 jaar oude archeologische sites in het noorden van Mali bevestigde dit vermoeden.

Parelgierst is diverser in West-Afrika (foto via Pixabay)

Ook voor taalkundigen is diversiteit binnen taalfamilies een doorslaggevend argument om het oorsprongsgebied ervan te bepalen. De overgrote meerderheid van taal- en andere wetenschappers gaan ervan uit dat de Bantoetalen zich door Afrika verbreidden vanuit het grensgebied van Kameroen en Nigeria. Daar worden tegenwoordig veel verschillende talen gesproken: niet alleen verschillende talen die behoren tot de Bantoe-stamboom, maar ook hun naaste verwanten binnen de Benue-Congo-taalfamilie. Zo zijn verschillende Bantoetalen binnen Kameroen, soms zelfs op minder dan 100 km van elkaar gesproken, minder nauw aan elkaar verwant dan bijvoorbeeld alle Bantoetalen gesproken in oostelijk en zuidelijk Afrika, ondanks de soms duizenden kilometers die hen scheiden.

Hoe kunnen taalkundigen archeologen vertellen waar opgravingen te doen?

Op basis van dit principe van diversiteit hebben de taalkundigen van het BantuFirst-team in 2019 een nieuwe theorie gepubliceerd over de oorsprong en verspreiding van een specifieke groep van de Bantoetalen, namelijk het West-Kust-Bantoe (West-Coastal Bantu in het Engels). Deze taalgroep wordt vandaag de dag gesproken in grote delen van zuidelijk Gabon, zuidelijk Congo-Brazzaville, zuidwestelijk Congo-Kinshasa en noordelijk Angola. De groep mag dan vernoemd zijn naar de Atlantische kust die hun westgrens vormt, hun geboorteland zou volgens de BantuFirst-taalkundigen helemaal aan het andere uiteinde liggen van hun huidig verspreidingsgebied (in de provincie Kwilu), en niet in de meer westelijke regio rond Brazzaville en Kinshasa, zoals daarvoor werd gedacht.

Zoals te zien op onderstaand kaartje zijn in dit gebied, aangegeven door het kader, de drie belangrijkste West-Kust-Bantoe groepen vertegenwoordigd, nl. Kwilu-Ngounie (roze), Groot-Kikongo-Taalcluster (groen), en Kamtsha-Kwilu (geel), plus nog vier ‘losse’ talen (Nzadi, Ngwi, Lwel, Ding). Het is vanuit dit gebied dat de twee grootste groepen (Kwilu-Ngounie en Groot-Kikongo-Taalcluster) zich hebben uitgebreid richting de Atlantische kust.

Het thuisland van West-Kust-Bantoe ligt ergens anders dan waar we eerst dachten

In dit gebied zijn de West-Kust-Bantoetalen het meest divers in hun basiswoordenschat. De basiswoordenschat bestaat uit woorden voor dingen die alle mensen en talen kennen, zoals lichaamsdelen (b.v. arm, been, hoofd) en natuurelementen (b.v. zon, maan, boom). Het is bekend dat zulke woorden minder snel geleend worden van een andere taal, en veranderingen in deze basiswoordenschat geven daarmee een goed idee over de stamboom van taalfamilies. Talen die zulke basiswoorden met elkaar delen erfden ze hoogstwaarschijnlijk van een gemeenschappelijke voorouder. Zo verwijzen bijvoorbeeld de meeste Bantoetalen nog steeds naar een mens met het naamwoord dat ze overdragen kregen uit het Oer-Bantoe, nl. mu-ntʊu(meervoud ba-ntu) of een variatie daarop.

Talen die specifieke veranderingen met elkaar delen zijn nauwer aan elkaar verwant dan zustertalen zonder deze veranderingen. De meeste West-Kust-Bantoetalen verloren, om maar één voorbeeld te noemen, de Oer-Bantoe-term tu-pia voor ‘vuur’ en namen daarvoor in de plaats m‑bagu. Zulke vernieuwingen in de basiswoordenschat vormen de grondslag van de nieuwe stamboom van de West-Kust-Bantoetalen.

Het idee dat het West-Kust-Bantoe het levenslicht zag in de regio net ten zuiden van het grote Congo-regenwoud zou kunnen passen in het grotere plaatje van een snelle noord-zuid Bantoe-expansie omstreeks 2500 jaar geleden. In die periode veranderde het evenaarswoud op vele plaatsen in savannes omdat het klimaat droger werd. Dit zou het makkelijk hebben gemaakt voor de Bantoesprekers om zich van Kameroen naar Centraal-Afrika te verspreiden. De voorouderlijke sprekers van het West-Kust-Bantoe waren mogelijk de eerste Bantoesprekers ten zuiden van het regenwoud.

Precies om deze theorie te testen trekken archeologen van het BantuFirst-team sinds 2019 naar deze regio op veldwerk. Ze hopen er sporen van de vroegste nederzettingen te ontdekken en hun cultureel en culinair erfgoed te kunnen dateren en bestuderen. De korte documentaire gemaakt door archeoloog Peter Coutros geeft een goed beeld van hoe een archeologische veldwerkcampagne van het BantuFirst-team samen met o.a. Prof. Igor Matonda (Universiteit Kinshasa) er uit ziet.

Archeologisch veldwerk door BantuFirst

Bronnen:

Grollemund, Rebecca, Simon Branford, Koen Bostoen, Andrew Meade, Chris Venditti & Mark Pagel. 2015. “Bantu Expansion Shows That Habitat Alters the Route and Pace of Human Dispersals”. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 112.13296-13301.

Manning, Katie, Ruth Pelling, Tom Higham, Jean-Luc Schwenniger & Dorian Q. Fuller. 2011. “4500-Year old domesticated pearl millet (Pennisetum glaucum) from the Tilemsi Valley, Mali: new insights into an alternative cereal domestication pathway”. Journal of Archaeological Science 38.312-322.

Pacchiarotti, Sara, Natalia Chousou-Polydouri, Koen Bostoen. 2019. “Untangling the West-Coastal Bantu Mess: Identification, Geography and Phylogeny of the Bantu B50-80 Languages”.  Africana Linguistica 25. 155-229.