Klanken uit het verleden

Klanken uit het verleden

Er wordt dikwijls gezegd dat iemand met een “accent” spreekt, en hieraan kunnen we herkennen waar iemand vandaan komt. Dit “accent” is de manier waarop we woorden uitspreken, de klanken dus, of fonetiek in taalkundige termen. Als goed ingeburgerde West-Vlaming in Limburg, heb ik bijvoorbeeld heel wat Limburgse woorden overgenomen en ik kan zelfs de stemhebbende velaire fricatief /g/, [ɣ] “te goei” uitspreken, maar ik verraad me toch door de open uitspraak van de klinkers /e/ en /i/.

Wanneer een groot aantal sprekers van een bepaalde taal integreert in een gemeenschap met een andere taal en ook die nieuwe taal overneemt, wordt zo’n “accent” soms een inherent kenmerk van de nieuwe taal. Een bekend voorbeeld hiervan uit Afrika zijn de clicks uit Khoisantalen die sommige zuidelijke Bantutalen hebben overgenomen na intens contact met Khoisan gemeenschappen (zie bijvoorbeeld Gunnink et al. 2015, of dit stukje over talen in Zuid-Afrika, of dit stukje over bloed en geld in Botswana).

Ook uit Noordoost-Congo is er een treffend voorbeeld. Recent onderzoek van BANTURIVERS-medewerker David Kopa wa Kopa legt de oorsprong bloot van labiaal-velairen in enkele Oost-Bantutalen. Het doctoraatsonderzoek van David Kopa wa Kopa focust op historische taalcontacten in NO-Congo, met als case study de geschiedenis van het Mokpá, ook wel Kileka genoemd.

Rechts op de foto neemt David Kopa wa Kopa, doctoraatsstudent ULB-UNIKIS, een interview af tijdens het veldwerk. © Takamura, ULB, BANTURIVERS, 2019-2020

Deze taal is nauwelijks gekend bij de internationale gemeenschap van taalkundigen. Enkel André Motingea Mangulu, professor aan de “Université Pédagogique Nationale de Kinshasa”, dé autoriteit op talen in het Congobekken, had er al eens een artikel over geschreven. Het waren de collega’s van de Universiteit van Kisangani die ons de weg wezen, letterlijk, tot aan de “point kilométrique 67 (PK67)”, oftewel het dorp Batikamondi. Tegenwoordig, zo grapten de collega’s, krijgen de dorpen als naam gewoon het kilometernummer van de autoweg richting Ubundu. Na verder veldonderzoek (door David, in februari 2020 en december 2020 – januari 2021) kennen we de verspreiding van deze taal: verschillende dorpen aan de oevers van de Congo stroom, van PK40 tot PK123.

De naam van de taal, Mokpá, gaf ons meteen een tip voor verder onderzoek. Klanken als [k͡p] en [g͡b] (tegelijk uitspreken, lukt je dat?) komen in Oost-Bantutalen amper voor, maar ze zijn wijd verspreid in de andere talen van deze regio (zie ook dit stukje). Ook de zustertalen Enya en Metóko hebben labiaal-velairen. Samen zijn ze de meest noordwestelijke Oost-Bantutalen, en ze grenzen aan de zuidelijke rand van de Macro-Sudan belt, specifieker het “Ubangi hotbed”, een grote regio waar enkele taalkundige kenmerken, zoals labiaal-velairen, over de grenzen van taalfamilies heen gedeeld worden (zie Güldemann 2008, Idiatov & Van de Velde 2021).

Tijdens ons eerste interview, in november 2019, konden we ons geluk niet op. De één na de andere labiaal-velair vloog ons om de oren, terwijl we nog maar een korte basiswoordenlijst aan het opnemen waren. David’s veldonderzoek bevestigde dat de klanken wijd verspreid zijn in de woordenschat. Opvallend is dat het niet enkel om leenwoorden gaat, maar dat de klanken dus ook in basiswoorden voorkomen die zelfs tot het Proto-Bantu teruggaan, bijvoorbeeld:

kokpá ‘sterven’           < Proto-Bantu *-
ngbá ‘hond’                < Proto-Bantu *-bʊ́à

In de drie talen Mokpá, Enya en Metóko vormen labiaal-velairen een inherent onderdeel van het klanksysteem, en ook nieuwe woorden krijgen systematisch [k͡p] waar andere talen [kw] hebben, bijvoorbeeld kikwánga ~ kpánga ‘maniokgerecht’. Aangezien verwante Lega-talen, zoals Songola, Nyanga en de Lega-dialecten, geen labiaal-velairen gebruiken, moet de vooroudergemeenschap van dit drietal de klanken overgenomen hebben door contact. En dat contact moet intens geweest zijn, met sprekers van andere talen die geïntegreerd zijn in de Mokpá~Enya~Metóko gemeenschap, bijvoorbeeld door huwelijk.

Dit is hagelnieuw onderzoek. Wil je meer weten over het verleden van het Mokpá of over de classificatie van de Bantu subgroepen uit NO-Congo, neem dan zeker eens een kijkje op https://banturivers.eu/.

Bronnen

  • Güldemann, Tom. 2008. The Macro-Sudan belt: Towards identifying a linguistic area in north-ern sub-Saharan Africa. In Bernd Heine and Derek Nurse (eds.), A linguistic geography of Africa, 151-185. Cambridge University Press.
  • Gunnink, Hilde, Bonny Sands, Brigitte Pakendorf & Koen Bostoen. 2015. Prehistoric language contact in the Kavango-Zambezi transfrontier area: Khoisan influence on southwestern Bantu languages. Journal of African Languages and Linguistics 36(2):193–232. DOI 10.1515/jall-2015-0009.
  • Idiatov, Dmitry & Mark Van de Velde. 2021. The lexical distribution of labial-velar stops is a window into the linguistic prehistory of Northern Sub-Saharan Africa. Language 97 (1): 72-107.
  • Motingea Mangulu, André. 1990. Esquisse de la langue des Mokpá (Haut-Zaïre). Afrika und Übersee 73:67-100.