Je bekijkt nu In het Sso zegt één woord soms meer dan duizend beelden
In een mango bijten die nog niet helemaal rijp is, heet krɔ̀s in het Sso

In het Sso zegt één woord soms meer dan duizend beelden

‘Ideofonen’ zijn woorden die wel worden omschreven als woorden waarmee je kunt schilderen: ze roepen direct een bepaald beeld op. In het Nederlands, net als in andere Europese talen, komen ze niet heel veel voor. Je kunt denken aan bijvoorbeeld schitteren, twinkelen, of pats, zoals in ‘Pats de deur viel dicht’. Niet te verwarren met onomatopeeën, woorden die een klank weergeven. Dat is bijvoorbeeld woef, het geluid dat een hond maakt. Ideofonen gaan niet alleen over geluid, maar ook over andere zintuigen, zoals zicht of beweging. Hoe ze klinken is niet willekeurig, en daarin verschillen ze van andere woorden. Want een stoel zou net zo goed boom genoemd kunnen worden – er is niks aan het woord stoel dat naar de stoel zelf verwijst. Maar de klanken van een ideofoon roepen meteen een associatie op: fluffy klinkt van zichzelf al zacht, bijvoorbeeld.

In niet-Europese talen, waaronder ook Afrikaanse talen, komen ideofonen veel voor. Eén zo’n taal is het Sso, gesproken in Kameroen. Het Sso is de moedertaal van zo’n 9 duizend mensen en wordt vooral gesproken in kleine dorpjes in het tropische regenwoud.

Net als in veel andere talen vormen ideofonen in het Sso een aparte categorie en zien ze er vaak anders uit dan andere woorden. Ze hebben bijvoorbeeld een eigen klankstructuur die je niet terugvindt in andere woorden van de taal. Zo komen de ‘k’ en de ‘r’ normaal gesproken niet achter elkaar voor, maar dit gebeurt wel in de ideofonen hieronder.  Hier zie je ook meteen hoe precies de associaties zijn die ideofonen op kunnen roepen:

kràs in iets zachts bijten, zoals rijp fruit
krɔ̀s in iets semi-zachts bijten, zoals fruit dat nog niet helemaal rijp is

En ook eindigen woorden in het Sso niet op een ‘p’, maar een ideofoon kan dat wel:

myàp – met kleine hapjes eten, knabbelen

Daarnaast kan je met ideofonen dingen doen die andere woorden niet kunnen, zoals verdubbelen of verlengen. Dat legt extra nadruk op het beeld dat opgeroepen wordt, en geeft vaak ook aan dat je iets vaker doet of dat het langer duurt. Het herhalen van een ideofoon (‘reduplicatie’) kan je zelfs eindeloos vaak doen:

wúlúlúlú – water dat rond een obstakel stroomt
tʃùp tʃùp tʃùp tʃùp – pikkende kippen

Bij klankverlenging wordt een bepaalde klank lang uitgerekt:

wúùùùstromend water, bijvoorbeeld wanneer je het van de ene in de andere emmer overgiet

Intonatie speelt ook vaak een rol. Zo wordt het ideofoon dat weergeeft hoe de vleugels van een vogel bewegen, bijna fluisterend uitgesproken:

vùp vùp vùp – vliegbeweging van een vogel

De twee ideofonen hieronder zien er geschreven hetzelfde uit, maar het eerste wordt zachtjes uitgesproken, en het tweede heel hard:

vr̀r̀r̀r̀r̀r̀ – een stoel die over de grond schraapt
vr̀r̀r̀r̀r̀r̀ – een motor die wegrijdt

In de dichte bebossing van het gebied waar de Sso wonen, kun je je het beste verplaatsen met een motor; het geluid dat je dan maakt, is vr̀r̀r̀r̀r̀r̀r̀ in het Sso.

Ideofonen kunnen vaak ook maar op een bepaalde manier in de zin gebruikt worden. Andere woorden in het Sso hebben bijvoorbeeld een woordklasse: eentje voor het enkelvoud, en een andere voor het meervoud. Taalkundigen geven nummers aan deze klassen. Dat ziet er zo uit:

m-wánà, b-wánà
1-kind, 2-kind
‘kind’, ‘kinderen’

Ideofonen trekken zich daar niks van aan, en hebben geen woordklasse. Je kunt er ook geen meervoud van maken. Overigens hebben Europese talen meestal maar een paar klassen: het Nederlands heeft bijvoorbeeld mannelijk/vrouwelijk (de) en onzijdig (het). Afrikaanse talen hebben er veel meer (zie Matroesjkawoorden en Houtje-touwtje), maar die hebben allemaal niks te maken met mannelijk of vrouwelijk. Vandaar dat ze een nummer krijgen.

Ten slotte komt het soms voor dat een ideofoon als werkwoord gebruikt wordt. Woorden kunnen vaak flexibel gebruikt worden, en veranderen mee met hoe mensen ze in de taal gebruiken. Dit gebeurt ook weleens in het Nederlands – computer is een zelfstandig naamwoord dat je als werkwoord kunt gebruiken: computeren. Dit woord is al wat meer ingeburgerd, maar in principe kun je creatief zijn met alle woorden van een taal. Uiteindelijk gaat het erom dat we elkaar begrijpen, en ideofonen kunnen daar op hun eigen speciale manier aan bijdragen.

Meer lezen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Ideofoon
https://markdingemanse.net/nl/wp-content/uploads/sites/2/2020/05/Klankschilderen.pdf https://pure.mpg.de/rest/items/item_1832233_6/component/file_2095360/content