Jongeren met twee eigen talen in Kinshasa
Spreken ze Lingala of Langila? (via Piqsels)

Jongeren met twee eigen talen in Kinshasa

In Kinshasa, de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo (DRC), worden zo’n beetje evenveel talen gesproken als er mensen naar de stad zijn gekomen. Naast het Frans wordt er vooral het Lingala gebruikt als lingua franca. Maar er zijn twee speciale jongerentalen: het Langila en het Yanké.

Langila is een jeugdtaal gebaseerd op het Lingala. De naam ‘Langila’ is dan ook een simpele klinkerwisseling met ‘Lingala’. In 2015 waren er al niet minder dan 20.000 sprekers van het Langila. De meeste van die sprekers zaten in de culturele sector zoals dansers, kunstenaars en muzikanten. Langila is ontstaan rond 2003 na het eerste gebruik door de leadman van een band, King Kester Emeneya. Al snel werd het een nieuw communicatiemiddel tussen jonge artiesten. Via het gebruik in de populaire cultuur en vooral de muziek verspreide het zich onder jongeren.

King Kester Emeneya

De andere jongerentaal in Kinshasa is het Yanké, ook wel Bayankee genoemd, wat op zijn beurt weer voortkomt uit de oudere Lingala-variant Ndoubil. Het Yanké wordt voornamelijk gesproken door straatkinderen en de zogeheten Kolúna gangsters. Hierdoor wordt die taal vooral geassocieerd met brutaliteit, criminaliteit, en het leven op de straat.

De monopolisering van de jongerencultuur door deze “Yankees” sloot een ander deel van de jongeren buiten. Degenen die het Langila zijn begonnen, zagen zichzelf als beter opgeleid en stijlvoller dan de Yankees. Waar het Yanké voornamelijk een codetaal tussen straatjongeren was, is het Langila bedoeld als een uiting van creativiteit. In de Congolese samenleving, en dan voornamelijk in Kinshasa, is de persoonlijke uiting van creativiteit altijd al een bekend fenomeen geweest. Kijk bijvoorbeeld naar de extravagant geklede sapeurs. De samenvoeging van dans, muziek en mode is goed zichtbaar in deze clip (waarvan helaas de geluidskwaliteit minder is):

Dans, muziek, en mode gaan goed samen met jongerentaalontwikkeling

Vergeleken met het Yanké is Langila ook inclusiever: het Yanké wordt eigenlijk enkel door straatjongeren gesproken, maar omgekeerd is iedereen die zich creatief wil uiten welkom om dat in het Langila te doen. Een ander verschil is dat het Yanké voornamelijk bestaat uit vervormingen van het Lingala met toevoegingen uit het Frans, en het Langila is er meer op gericht om door vervormingen en samenvoegingen de taal te verfraaien en de creativiteit van de gebruiker weer te geven.

Met al zijn creativiteit wordt Langila door sommige experts niet als een aparte taal gezien: het bestaat vooral uit het combineren van standaard Lingala met buitenlandse woorden, merken, beroemdheden en plaatsen. Zo is het Langila woord voor honger, miamí, een versmelting van het Yanké myá en de stad Miami. Het woord voor moeder is mercedes, waar je in de eerste lettergreep het Franse mère herkent. Of wat te denken van fesbam voor het achterste van een vrouw, wat bestaat uit het Franse fesses ‘billen’, het Engelse bum ‘bips’ en de naam van een lokale supermarkt Fesbam. Andere creatieve manipulaties zijn wapipi voor ‘waar?’ – het Lingala zou hier wapi zeggen. Of het ooit een aparte taal zal worden? Een kenmerk van de jeugd, en van de talen die ze spreken, is dat ze razendsnel veranderen…

Bronnen

Nassenstein, Nico. 2015. The Emergence of Langila in Kinshasa, in Youth Language Practices in Africa and Beyond, geredigeerd door Nico Nassenstein & Andrea Hollington. Berlin: Mouton de Gruyter.

van Pelt, Frank. 2000. Lingala ya Bayankee, een beschrijving van het Lingala argot. BA Scriptie Leiden.