Houtje-touwtje

Houtje-touwtje

In veel Afrikaanse talen zijn naamwoorden ingedeeld in groepen. Dat zijn niet twee groepen zoals in het Nederlands ‘de’-woorden (de taal, de zon) en ‘het’-woorden (het huis, het idee), maar soms wel een stuk of twintig groepen. In welke groep een woord zit kan je vaak herkennen aan een voorvoegsel, en bovendien zit er vaak een gezamenlijke kern van betekenis in een naamwoordgroep. In de Baïnounktaal Gujaher (gesproken in Senegal) heb je bijvoorbeeld de groep met het voorvoegsel bu-, die veel ronde dingen bevat, zoals bu-liimo ‘sinaasappel’ en bu-diin ‘waterput, bron’ (letterlijk ‘rond-regen’).

Brent Berlin stelde dat veel naamwoordgroepsystemen ontstaan uit het indelen van planten en hun onderdelen. Dat zien we bijvoorbeeld in de Atlantische talen, gesproken in West Afrika, waar speciale naamwoordklassen bestaan voor bomen, fruit, zaden, en kleinere onderdelen van een plant. Die naamwoordgroepen kunnen dan uitgebreid worden naar zaken die op de een of andere manier lijken op planten: ze hebben bijvoorbeeld een lange verticale as zoals bomen, ze zijn bolvormig of rond zoals veel vruchten, of ze komen voor in een wirwar of massa zoals klimplanten of bonen. Veel Baïnounktalen, gesproken in de regio Casamance in Senegal, hebben een aparte groep voor dradige dingen. Kijk maar naar de volgende naamwoorden in het Gujaher:

enkelvoudmeervoudvertaling
ciŋ-ŋaararañaŋ-ŋaararastengel/kruiper van de Smilax anceps Willd
cil-lugñal-lugpompoenplant
ciŋ-kalñaŋ-kalstaart
cin-díítñan-díítdarm
cin-tííbñan-tííbspoor
cil-líítñal-líítlint

De woorden krijgen in het enkelvoud het voorvoegsel cin‑, en de oorsprong daarvan is opmerkelijk. Het is namelijk gerelateerd aan het woord dat ‘bast’, ‘touw’ en ‘draad’ betekent: cin-cind. De stam cind staat dus waarschijnlijk aan de basis van de naamwoordgroep voor draderige dingen, en heeft nu zelf óók het voorvoegsel cin‑. De link naar het domein van planten is nog steeds erg prominent, omdat touwen en lijnen bij de Gujaher-sprekers gemaakt worden van boombast en van de stengels van klimplanten.

Een riem om te klimmen, gemaakt van plantenvezels en touw

Het wordt nog leuker bij de uitbreiding van cin‑ naar andere domeinen, via beeldspraak. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt om het naamwoord ‘familienaam’ cir-ram te maken – dat betekent letterlijk cin-begroeten. Begroeten is een wederkerige activiteit die twee mensen verbindt, dus als het ware een lijn maakt. De groep van cin– woorden bevat daarom ook woorden die mensen via sociale activiteiten aan elkaar verbindt, zoals bijvoorbeeld hieronder (waar ‑ai aangeeft dat het wederkerig is):

cinsukai‘elkaar begeleiden’
cinfeyai‘elkaar haten’
cinnannai‘uitwisselen’
cinyikai‘problemen hebben met elkaar’
cimbicai‘scheiden van elkaar’
cimbutai‘met elkaar delen’
cimmaŋai‘houden van elkaar’

En nu denk je misschien: “Waarom staat ‘trouwen’ niet in de lijst, als ‘houden van’ en ‘scheiden’ er wel in staan? Trouwen is toch zeker bij uitstek wederkerig?” Nou, niet in Gujaher (en veel andere West-Afrikaanse talen). Daar is trouwen een actie die de man doet; die neemt de vrouw in het huwelijk. Vrouwen kunnen alleen maar getrouwd worden, dus geen wederkerigheid hier. Maar ze zijn wel gelijk in liefhebben, haten, en scheiden!

Dit stuk is een hertaling van de Engelse blogpost ‘No strings attached‘, oorspronkelijk gepubliceerd op Friederike Lüpke’s blog Why African languages. Het is met toestemming van de auteur hertaald door Jenneke van der Wal.