Parelhoen

Parelhoen

Dit is een traditioneel verhaal van de Iraqw uit Tanzania. Het verhaal werd verteld op 28 december 2017 in Kwermusl door Claudia Mormoy en is opgeschreven en vertaald naar het Swahili door Basilisa Hhao. Je kunt de originele videoopname van dit verhaal zien op YouTube, kanaal Iraqw Research Materials, playlist Hadithi. Er is ondertiteling: Kies “Icelandic” voor Iraqw (sorry, voor YouTube bestaat Iraqw nog niet); maar er is ook ondertiteling in Swahili, de taal van Tanzania, en in het Engels.

Lang geleden in een land hier ver vandaan konden alle dieren met elkaar praten. Op een dag komen Luipaard en Parelhoen elkaar tegen. Luipaard zegt tegen Parelhoen: ‘Parelhoen, jouw veren en kleuren zijn toch zo mooi. Hoe krijg ik net zulke mooie kleuren op mijn vacht?’ Parelhoen zei: ‘Ik denk dat ik je wel kan helpen om net zulke mooie kleuren op jouw vacht te krijgen, maar dan moet je eerst iets voor mij doen. Als je dat helemaal goed hebt gedaan zal ik je de kleuren geven.’ Parelhoen kijkt Luipaard aan en vraagt: ‘Denk je dat je de taak kunt uitvoeren?’ ‘Ik weet zeker dat ik de taak goed kan uitvoeren. Krijg ik dan echt de mooie kleuren?’ roept Luipaard en hij kijkt heel blij. ‘Geweldig’, zegt Parelhoen, ‘Kom later maar terug.’

Luipaard gaat naar huis, maar Parelhoen niet. Ze loopt naar een veilige plaats, waar ze eerder al een hoop stro heeft verzameld. Ze gaat zitten en legt haar eitjes. Parelhoen was namelijk in verwachting, en de tijd was gekomen om eitjes te leggen. Ze legt wel dertig kleine eitjes en houdt ze warm door erop te gaan zitten. Op dat moment komt Luipaard er aan en hij kijkt in het rond. Hij ziet Parelhoen op haar nest zitten en loopt naar haar toe. Parelhoen zegt tegen Luipaard: ‘Dit is de taak die je moet uitvoeren. Je moet mijn eitjes uitbroeden, alle dertig. Dat duurt eenentwintig dagen en als ze alle dertig zijn uitgekomen, dan zal ik je jouw kleuren geven voor in je vacht.’ Luipaard gaat dicht tegen de eitjes aan liggen en zegt: ‘Geen probleem, Parelhoen, ik zal ze uitbroeden.’ Parelhoen gaat intussen eenentwintig dagen op reis.

Op de eenentwintigste dag komt Parelhoen snel naar huis en vindt daar Luipaard samen met haar kinderen. Ze telt: een, twee, drie, vier – helemaal tot aan negentwintig en dertig. Al haar kinderen zijn uit de eitjes gekomen en ze zijn allemaal gezond. Parelhoen is dolgelukkig nu ze haar kinderen voor het eerst kan zien en ze geeft de allermooiste kleuren aan Luipaard. Nu is Luipaard ook gelukkig. Hij bedankt Parelhoen en gaat weer verder.  Al snel komt Luipaard Hyena tegen. Hyena ziet de mooie kleuren van Luipaard en vraagt: ‘Luipaard, waarom ben jij zo mooi? Waar heb je die prachtige kleuren vandaan?’ Luipaard antwoordt: ‘Ik heb deze kleuren gekregen van Parelhoen.’

Al snel komt Luipaard Hyena tegen. Hyena ziet de mooie kleuren van Luipaard en vraagt: ‘Luipaard, waarom ben jij zo mooi? Waar heb je die prachtige kleuren vandaan?’ Luipaard antwoordt: ‘Ik heb deze kleuren gekregen van Parelhoen.’ Dan zegt Hyena: ‘Dat is aardig van Parelhoen. Denk je dat ze aan mij ook zulke mooie kleuren kan geven? Mijn vacht is helemaal niet mooi en daar ben ik best wel verdrietig om.’ ‘Denk je dat je net zoveel kan als ik?’ zegt Luipaard, ‘Dan moet je naar Parelhoen gaan en vragen hoe je jouw kleuren kan verdienen.’ Hyena denkt even na en zegt dan: ‘Ik weet wel zeker dat ik net zo veel kan als jij, misschien wel meer! Vertel me waar ik Parelhoen kan vinden alsjeblieft.’ Luipaard wijst hem de weg en Hyena gaat snel op pad.

Als Hyena bij Parelhoen aankomt, groet hij haar en vraagt hoe hij ook zo’n mooie vacht kan krijgen, net zo een als Luipaard. Parelhoen zegt: ‘Ook jij kan die kleuren voor je vacht verdienen, maar alleen als je een taak uitvoert die ik je geef. Als je die helemaal hebt gedaan, zal ik je belonen met kleuren. Denk je dat je mijn taak zal kunnen uitvoeren?’ ‘Natuurlijk!’ zegt Hyena, ‘Vertel, wat is het?’ Parelhoen antwoordt hem: ‘Je moet later terug komen, dan zal ik het je vertellen.’

Op de afgesproken dag, komt Hyena terug. Hij kan niet wachten tot hij de nieuwe kleuren voor zijn vacht zal krijgen. Hij zit te dromen over hoe mooi hij zal worden, net als Luipaard. Hyena vindt Parelhoen op haar nest. Ze heeft opnieuw dertig kleine eitjes gelegd en houdt ze warm door erop te liggen. Parelhoen zegt tegen Hyena: ‘Dit is de taak die je moet uitvoeren. Je moet mijn eitjes uitbroeden, alle dertig. Het duurt eenentwintig dagen en als ze alle dertig zijn uitgekomen, dan zal ik je jouw kleuren geven voor in je vacht.’ Hyena gaat tegen de eitjes aan liggen en zegt: ‘Ik zal je eitjes uitbroeden en je kinderen beschermen tot je terug bent, Parelhoen.’ Ook nu gaat Parelhoen eenentwintig dagen op reis.

Dan is Hyena alleen, hij gaapt en kijkt eens om zich heen. Hij had nooit gedacht dat de taak zo makkelijk zou zijn en rekt zich nog eens uit. Met zijn poot raakt hij de eitjes aan en ai, eentje rolt van het nest af. Hij pakt hem op en kijkt ernaar. Zou het eitje lekker smaken? vraagt hij zich af, zou het zoet zijn of juist bitter? Hij voelt zijn maag rommelen, maar hij besluit er niet op te letten. De volgende dagen wordt zijn honger alleen maar groter en groter en zijn maag rommelt nu heel luid. Hij doet echt zijn best om er niet aan te denken. Op de achttiende dag trekt Hyena het niet meer en denkt: ‘Als ik nou een eitje eet, dan zal het beter gaan.’ Hij eet één van de eitjes op en dat smaakt erg lekker. Zijn honger is gestild, maar nu weet hij hoe lekker de eitjes smaken. De volgende dag eet hij nog een eitje en de dag daarna nog een! Dan is de eenentwintigste dag gekomen en de overgebleven eitjes komen uit.

Die dag komt ook Parelhoen terug van haar reis en ze gaat snel haar huis. Daar aangekomen vindt ze Hyena met haar kindjes. Snel gaat ze tellen: ‘een, twee, drie – zesentwintig, zevenentwintig…’ Ze stopt met praten en kijkt Hyena boos aan. ‘Hyena, hoe kan het dat er geen dertig kinderen zijn? Ik mis drie van mijn kinderen.’ Hyena kijkt naar de grond en zegt: ‘Sorry, Parelhoen, ik had zoveel honger, ik kon het niet meer aan… Ik heb drie van de eitjes opgegeten.’ Parelhoen is blij dat er zevenentwintig kinderen wel gezond zijn, maar is toch boos op Hyena. Ze laat het niet merken en zegt: ‘Bedankt, Hyena, je kunt weer gaan. Hier zijn de kleuren voor je vacht.’

Hyena glundert. ‘Eindelijk ben ik net zo mooi als Luipaard,’ denkt Hyena. Trots loopt hij in het rond en gaat snel op zoek naar Luipaard. De andere dieren kijken Hyena na en moeten lachen. Hyena weet niet dat Parelhoen hem helemaal geen mooie kleuren heeft gegeven, maar lelijke en grauwe kleuren. Wanneer Hyena Luipaard vindt zegt hij: ‘Hoi Luipaard, zie je mijn vacht? Vanaf vandaag ben ik veel mooier dan jij!’ en hij lacht. Luipaard fronst zijn wenkbrauwen en zegt: ‘Hyena, heb jij jezelf wel gezien? De kleuren op jouw vacht zijn helemaal niet hetzelfde als die van mij. Jouw vacht is lelijk!’ Hyena kijkt hem verbaasd aan en zegt: ‘Wat zeg je me nu, dat klopt toch niet?’ Hij kijkt nog eens naar de vacht van Luipaard, die glimt heel mooi met verschillende kleuren geel en bruin. Dan kijkt hij naar zijn eigen vacht, die is pluizig en grijsgrauw. Luipaard zegt: ‘Hyena, het heeft geen zin om terug te gaan naar Parelhoen. Die is erg boos op je, dat je drie van haar kinderen hebt opgegeten. Ze heeft je deze kleur gegeven als straf.’ Hyena laat zijn snuit zakken en loopt snel weg, het is zijn eigen schuld geweest. Hij had nooit de eitjes moeten opeten. Nu heeft Hyena nog altijd een grauwe, lelijke vacht en dat zal voor altijd zo blijven. 

Je kan meer over zulke verhalen vinden op Verbafricana in het hoofdstuk “Tales” (informatie in het Engels). Er zijn ook enkele artikelen op de Stemmen van Afrika site die je meer vertellen over de verhaalcultuur. De artikelen die specifiek naar dit verhaal verwijzen zijn Dierenverhalen uit Afrika.