Je bekijkt nu Sranantongo wereldwijd – Kimberly Jansen over migratie, meertaligheid en identiteit
dav

Sranantongo wereldwijd – Kimberly Jansen over migratie, meertaligheid en identiteit

Op 11, 12 en 13 november vond de achtste conferentie van de Caribische Associatie voor Neerlandistiek (CARAN) plaats in het Instituut voor Maatschappijwetenschappelijk Onderzoek te Paramaribo. Het thema van de bijeenkomst was ‘Onafhankelijke wetenschap: Nederlandse taal in contact’. Stemmen van Afrika interviewde na afloop Kimberly Jansen, één van de jonge onderzoekers die op de conferentie hun onderzoeksproject presenteerden.

Sinds maart 2025 werkt Kimberly Jansen aan haar promotie-onderzoek met de werktitel ‘Sranantongo, civil culture, and colonial legacies in the Surinamese Diaspora’ bij het prestigieuze Koninklijk Nederlands Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde te Leiden. Ze onderzoekt daar de wisselwerking tussen koloniale geschiedenis, meertaligheid en identiteit in de Surinaamse diaspora. Surinamers hebben levendige gemeenschappen opgebouwd in verschillende delen van de wereld, zoals Nederland, Curaçao en de Verenigde Staten. Welke betekenissen en functies hebben de Surinaamse talen in deze gemeenschappen? Worden ze gezien als een belangrijk onderdeel van de Surinaamse identiteit, die van generatie op generatie wordt doorgegeven in deze gemeenschappen, of is dat toch meer complex? Misschien is taalvaardigheid in de Surinaamse talen in deze gemeenschappen helemaal niet zo belangrijk om je Surinamer te voelen? En verschilt dat per locatie? De doorwerkingen van het koloniale verleden lijken op het eerste gezicht sterker aanwezig in Nederland en Curaçao dan in de Verenigde Staten. In de staat New York zijn de sporen van dit Nederlandse verleden nog wel te zien in de vorm van huizen van slavenhouders langs de Hudson rivier, zie https://mappingslavery.nl/kaarten-2/verenigde-staten/new-york-state/), maar verder lijkt de invloed beperkt.

SvA: Dit onderzoekt legt nieuwe verbanden tussen geschiedenis, identiteit en meertaligheid, en tussen heden en verleden. Hoe ben je op dit onderwerp voor je onderzoek gekomen?

Ik behoor zelf tot de Surinaamse diaspora. Mede daardoor houden onderwerpen zoals meertaligheid en identiteit me al langere tijd bezig. Mijn keuze voor dit onderwerp sluit aan bij mijn interesse in de manier waarop taal, cultuur en migratie het dagelijkse leven van mensen vormgeven.

Een eerdere studie vormt een belangrijk vertrekpunt. Voor mijn eindwerkstuk van de opleiding Taal- en cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht deed ik vergelijkend onderzoek naar het taalgebruik van jongeren in Suriname en jongeren met Surinaamse roots in Nederland. Daarbij keek ik vooral naar de invloed van de Nederlandse taal(omgeving) op een specifieke grammaticale constructie in het Sranantongo en naar de relatie tussen taalvariatie en taaldominantie. Ik onderzocht dit aan de hand van een constructie die onder taalwetenschappers bekend staat als ‘the basic locative construction’, oftwel het meest voor de hand liggende antwoord op de vraag ‘waar is X?’. Laat me een voorbeeld geven.

Stel je voor dat X een appel is. Nu laat ik je een plaatje van een appel in een schaal zien, en vraag ik je ‘waar is de appel?’. De meeste mensen in Nederland geven dan als antwoord, ‘de appel ligt in de schaal’. Ze gebruiken het positiewerkwoord liggen in combinatie met het voorzetsel in om de locatie van de appel te beschrijven. Maar in Suriname was dat niet het geval. In het Sranantongo gebruik je de copula de, vergelijkbaar met het Nederlandse zijn. De meeste deelnemers in Suriname antwoordden in het Sranantongo: a apra de (na) ini a komki (‘de appel is in de schaal’), en in het Nederlands gaven zij dezelfde structuur: ‘de appel is in de schaal’. Zij pasten dus de Sranantongo­ grammatica toe op het Nederlands, zonder gebruik van een positiewerkwoord.

Bij de Surinaamse jongeren in Nederland zag ik juist het omgekeerde. Ze pasten regelmatig de Nederlandse grammatica toe op het Sranantongo. Ze antwoorden vaak met positiewerkwoorden, zoals sidon (‘zitten’), knapu (‘staan’) en anga (‘hangen’) terwijl dit niet gebruikelijk is in het Sranantongo. De Surinamers uit Nederland gebruikten minder vaak dan verwacht het Sranantongo de. Dat onderzoek liet me zien dat er een verband is tussen taalvariatie, taaldominantie en locatie.

Mijn huidige onderzoek stelt me in staat om nog meer van dit soort talige vondsten op te sporen. Bovendien kan ik het onderzoek nu breder trekken door ook naar andere talen zoals het Papiaments en het Engels te kijken, en nog breder door ook culturele en historische factoren in het onderzoek mee te nemen. Hoe ziet het meertalige leven van Surinamers in Nederland, Curaçao en de Verenigde Staten eruit? Welke rol speelt geschiedenis in hun leven? Wat maakt dat je je Surinamer voelt?

SvA: Je bent net begonnen, dus het is nog te vroeg om te vragen naar de uitkomsten van je onderzoek. Maar misschien wil je toch alvast iets delen?

Er zijn een aantal eerste indrukken en ontdekkingen die me zijn bijgebleven. Een daarvan heeft te maken met de zichtbaarheid van Surinaamse meertaligheid en identiteit buiten Nederland. Zo stuitte ik op de Sranan Dey die jaarlijks wordt gevierd in New York, waarbij de Surinaamse cultuur, taal en gemeenschap samenkomen. Ik hoop er volgend jaar voor het eerst naar toe te gaan, maar het feit dat dit wordt gevierd in een wereldstad als New York vind ik veelzeggend. Het laat zien dat je zelfs ver buiten Suriname en Nederland Sranantongo kunt tegenkomen. Dat inzicht benadrukt voor mij hoe verspreid en veerkrachtig Surinaamse meertaligheid is, en hoe taal in diaspora­contexten een belangrijke rol kan spelen in het creëren en behouden van een gevoel van gemeenschap en identiteit.

SvA: Bedankt voor dit interview. In de nationale kennisagenda over de doorwerkingen van het koloniale slavernijverleden wordt taal niet genoemd. Jouw onderzoek laat zien dat taal juist ontzettend belangrijk is. Als je onderzoek is afgerond zoeken we je graag nog eens op. Veel succes!