Sranan, ook wel Sranantongo, Surinaams en vroeger Nengre of Negerengels is de in Suriname gesproken taal. Deze taal is een creooltaal die gebaseerd is op het Engels. De naam ‘Surinaams’ wordt door veel mensen van Surinaamse afkomst niet als correct gezien omdat er onder de bevolkingsgroepen van Suriname ook andere talen gesproken worden die net van hetzelfde belang zijn als Sranan.
Het Sranan is ontstaan als taal van de uit Afrika aangevoerde slaven die op de plantages werkten tijdens de Nederlandse koloniale overheersing. Het is niet alleen beïnvloed door Engels, maar draagt ook sporen van Nederlands, Spaans, Portugees en West-Afrikaanse talen.
Deze taal staat bekend om haar dubbelzinnigheid: een woord kan verschillende betekenissen en dubbele bodems hebben. Zo’n relatief geringe woordenschat is een veelvoorkomend kenmerk van creooltalen.
De meest recente cijfers geven aan dat er toen 100.000 moedertaalsprekers waren van deze taal, maar dat was in 1993. Er zouden toen 300.000 sprekers zijn geweest die deze taal als tweede taal spraken. Ondanks de ruime verspreiding van de taal onder de Surinaamse bevolking is het Sranan nooit de status van straattaal ontstegen. Het is dan ook geen officiële taal (bron: Wikipedia en Ethnologue).


Artikelen over Sranan



Anansi en de grote oversteek
Bron: Gerald McDermott, Anansi the Spider

Anansi en de grote oversteek

De sluwe, listige maar meedogenloze spin Anansi is de held van de Caraïben. Geen tegenstander zo sterk, geen vijand zo gevaarlijk of Anansi is hem te slim af. Anansi stamt uit de religie van de Asante uit Ghana en is met de slavernij mee naar de Caraïben verhuisd. Daar is hij het symbool van het stille verzet tegen de slavenhouders geworden: Anansi, de nietige spin, verslaat zijn sterkere vijanden niet door spierkracht maar door woorden en slimheid.

Reacties uitgeschakeld voor Anansi en de grote oversteek
Afrikaanse namen voor Surinaamse planten
Foto: Minke Reijers

Afrikaanse namen voor Surinaamse planten

Ethnobotanicus Tinde van Andel en collega's onderzochten de herkomst van plantennamen van de Surinaamse Marrons, afstammelingen van gevluchte Westafrikaanse plantageslaven. Hun kennis van de Afrikaanse flora hielp hen overleven in het oerwoud. Veel Surinaamse bomen dragen daarom nog steeds een Afrikaanse naam.

Reacties uitgeschakeld voor Afrikaanse namen voor Surinaamse planten