By Biccie (Own work) [CC-BY-SA-3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons
By Biccie (Own work) [CC-BY-SA-3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons

Ingrid Jonker – Haar eerste gedicht, haar laatste bestemming

“Ze was zowel een Afrikaner als een Afrikaan.” Met deze woorden herdacht Nelson Mandela de dichteres Ingrid Jonker. Een groter compliment dan dit kon zij als blanke Afrikaan ten tijde van de apartheid niet krijgen. Helaas voor haar kwamen deze woorden dertig jaar te laat. Ze vond haar dood in 1965, maar voorspelde deze zelf al in 1956.

De dichteres Ingrid Jonker was opgegroeid in het kleine vissersdorpje Gordonsbaai in de West-Kaap van Zuid-Afrika. Hier beleefde ze een fantastische tijd. Zon, zee en strand, een zorgeloos bestaan. Maar haar geluk werd op jonge leeftijd verstoord. Als twaalfjarige verloor ze niet alleen haar oma, maar ook haar moeder. Zij hadden beiden de voogdij over Ingrid, nadat haar biologische vader, Abraham Jonker, het gezin had verlaten. Helaas hadden deze sterfgevallen als gevolg dat haar vader alsnog de zorg op zich moest nemen. Dit geheel tegen zijn zin in en dat liet hij maar al te graag merken. Dankzij hem is Ingrid wel gaan schrijven, maar zijn goedkeurig heeft zij nooit gekregen.
Op drieëntwintigjarige leeftijd schrijft Ingrid Jonker haar debuutbundel genaamd Ontvlugting. Het gedicht waarmee haar eerste bundel en daarmee haar succesvolle carrière begon, gaat als volgt:

Ontvlugting

Uit hierdie Valkenburg het ek ontvlug
en dink my nou in Gordonsbaai terug:

Ek speel met paddavisse in ’n stroom
en kerf swastikas in ’n rooikransboom

Ek is die hond wat op die strande draf
en dom-allenig teen die aandwind blaf

Ek is die seevoël wat verhongerd daal
en dooie nagte opdis as ’n maal

Die god wat jou geskep het uit die wind
sodat my smart in jou volmaaktheid vind:

My lyk lê uitgespoel in wier en gras
op al die plekke waar ons eenmaal was.

Het eerste dat opvalt aan dit gedicht is dat het puur en alleen in het Afrikaans is geschreven. Hierbij is geen gebruik gemaakt van code-wisseling, waarbij er om de paar woorden of zinnen van taal gewisseld wordt. Dit in tegenstelling tot de moderne Afrikaanse spreektaal. Daarnaast  zijn er in het gedicht nauwelijks leenwoorden uit andere talen gebruikt. Dit afgezien van de Nederlandse taal, waar het Afrikaans van oorsprong mee verbonden is. Toch zijn er veel verschillen tussen beide talen, zoals een andere zinsbouw, andere woorden en andere werkwoordsvervoegingen. Het Afrikaans is een zelfstandige taal geworden. Door middel van dit gedicht laat Ingrid Jonker zien dat het ook een prachtige taal is.  Ze gaf de Zuid-Afrikanen een kunstwerk waarop ze trots konden zijn, maar verwees tegelijkertijd met heimwee naar het verleden. Naar de tijd waarin zij nog gelukkig was.
In een korte analyse van het gedicht ‘Ontvlugting’ valt op dat het is opgebouwd uit zes strofes. Elke strofe bestaat uit twee zinnen, een vorm die distichon wordt genoemd. Hiervan wordt elke oneven zin door middel van gepaard rijm aan de volgende gekoppeld. Dit, in combinatie met het jambisch metrum, maakt het gedicht prettig om te lezen.

Dat Ingrid Jonker een Afrikaan/Afrikaner is, komt niet alleen door het pure gebruik van de Afrikaanse taal, waarmee zij laat zien hoe trots zij is op haar identiteit. Maar ook door de manier waarop ze met taal de wereld om haar heen beschrijft. Ze sluit haar ogen niet voor ellende, maar verwoordt het in een gedicht. Dit is bijvoorbeeld te lezen in de gedichten ‘Korreltjie niks is my dood’, dat gaat over de apartheid. Ook haar eigen dood komt aan bod in haar gedichten. Negen jaar na het gedicht Ontvlugting pleegde ze zelfmoord en verdronk ze in zee. My lyk lê uitgespoel in wier en gras op al die plekke waar ons eenmaal was.

Literatuur

  • Boven van, E.  Gillis, D. (2010). literair mechaniek , Bussum, uitgeverij Coutinho.
  • Jonker, I.(1956) ‘Ontvluchting’, in: Ontvlugting. Nederland:Uitgeverij Podium.
  • Korreltjie niks is my dood. Schaik, van S.(2001) Nederland:Holland doc.