Het Fulfulde, de moedertaal die je moeder niet met je spreekt

“Wat is dat, mama? Waarom, mama?” Het zijn herkenbare vragen van een klein kind aan zijn moeder. Onbewust is het kind bezig zijn moedertaal te leren wanneer het dit soort vragen stelt. De antwoorden van de moeder leveren het kind weer nieuwe taalinput. Het lijkt misschien vanzelfsprekend dat deze interactie tussen kind en moeder over de hele wereld hetzelfde is, maar dat blijkt helemaal niet altijd zo vanzelfsprekend te zijn. In sommige culturen worden kinderen die nog moeten leren spreken niet als ‘gesprekspartners’ gezien. En dus wordt er niet met ze gesproken. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Fulani in het noorden van Kameroen. Maar hoe leren deze kinderen dan hun moedertaal, het Fulfulde?

Een taal van horen zeggen

Het Fulfulde wordt in Noord-Kameroen door meer dan 3 miljoen mensen gebruikt als lingua franca tussen verschillende groepen die elkaars moedertaal niet spreken, bijvoorbeeld wanneer zij vanwege handel, transport, of werk met elkaar in contact komen. Het Fulfulde verspreidt zich ook al sinds de 17e eeuw in het islamitische Noord-Kameroen als taal van de islam. Maar al deze sprekers leren het Fulfulde pas als ze zich hun eigen moedertaal al eigen gemaakt hebben, op latere leeftijd dus.

image001

De gebieden in Noord-Kameroen waar de Fulani wonen

Dit geldt niet voor de moedertaalsprekers van het Fulfulde. Hiervan zijn er ongeveer 700.000 en zij hebben de taal als kind dus allemaal geleerd zonder directe talige interactie met hun moeder of andere volwassenen. Dat is opmerkelijk gezien alle moeite die wij doen om ervoor te zorgen dat onze kinderen onze taal leren. We bekijken plaatjes met ze, gebruiken makkelijke woorden en praten op een hoge toon (wat wel motherese wordt genoemd). De Fulani-kinderen moeten het daarentegen doen met de gesprekken die anderen in hun buurt met elkaar voeren. Totdat ze te groot zijn om op de rug van hun moeder meegenomen te worden naar het veld, zijn de gesprekken die mensen op het veld voeren een belangrijke bron van taalinput. Daarnaast leren de Fulani-kinderen het Fulfulde dankzij de liedjes die de moeder voor hen zingt, de gesprekken bij bezoeken aan buren en familie, en door het luisteren naar grootouders, broers en zussen.

Verhalen voor de toekomst

Een belangrijk onderdeel van de opvoeding van Fulani-kinderen, zowel in talig als in cultureel opzicht, zijn de volksverhalen. Deze worden avond op avond door de zogenaamde experts verteld, de oudere vrouwen van de familie. Vroeger mochten jongeren die een bepaalde leeftijd in de puberteit hadden bereikt deze verhalen zelf vertellen. Maar de laatste jaren is dit aan het veranderen. De kinderen worden namelijk veel blootgesteld aan het Frans: op school krijgen ze les in het Frans, maar ook de media maken veel gebruik van het Frans. De Fulani zijn bang dat hierdoor de kennis van de volksverhalen zal verdwijnen. Daarom worden kinderen tegenwoordig van jongs af aan expliciet onderwezen in het vertellen van de volksverhalen. Bijkomend voordeel hiervan is dat ze zo toch les krijgen in het Fulfulde. Dit is ook het geval op de Koranscholen. In het islamitische Noord-Kameroen gaan steeds meer kinderen, inclusief meisjes, naar de Koranscholen. De Koranteksten die daar besproken worden zijn weliswaar in het Arabisch, maar de lessen zelf zijn geheel in het Fulfulde.

Fulfulde in de toekomst

Het Fulfulde is dus al met al een taal die een sterke positie in de samenleving van Noord-Kameroen verworven heeft. Het is echter een interessante vraag of de kennis van het Fulfulde af zal nemen wanneer de Fulani steeds meer input van het Frans zullen krijgen door de intensifiëring van de media. En, mocht dat zo blijken te zijn, hoe moet men daarmee omgaan? Is het dan zaak dat de Fulani het Frans zo goed mogelijk leren, of moet er bijvoorbeeld gezocht worden naar een evenwichtige verhouding tussen het Fulfulde en het Frans? Deze situatie is overigens natuurlijk niet uniek voor Noord-Kameroen en het Fulfulde, maar speelt in vrijwel heel Afrika. Maar voorlopig gaan de Fulani-kinderen nog gewoon door met het afluisteren van hun familie en omgeving, zodat ze zelf ook een meester worden in het spreken van Fulfulde.


Literatuur

  1.  www.ethnologue.com
  2. Gfeller, Elisabeth, La société et l’école face au multilinguisme, Éditions Karthala, 2000
  3. Lacroix, Pierre-Francis (1962). Distribution géographique et sociale des parlers peul du Nord-Cameroun. In : L’Homme, tome 2 n° 3. pp. 75-101. http://www.persee.fr/web/revues/home/prescript/article/hom_0439-4216_1962_num_2_3_366505
  4. Martin, Jean Yves (1980). Unequal access to school education in northern Cameroon. Africa Environment 4: 61-88.
  5. Moore, L. C. (2013). Qur’anic school sermons as a site for sacred and second language socialisation. Journal of Multilingual and Multicultural Development 34(5): 445-458.
  6. Moore, L. C. (2006). Changes in folktale socialization in a Fulbe community. In: Paul Newman & Larry Hyman (eds.), West African linguistics: descriptive, comparative, and historical studies in honor of Russell G. Schuh, 176-187. (= Studies in African Linguistics, Supplement 11.)
  7. Moore, L. C. (1999). Language socialization research and French language education in Africa: a Cameroonian case study. The Canadian Modern Language Review 56(2): 329-350.
  8. Palaï, Clément Dili (2008). La problématique de l’identité au Nord-Cameroun. In: Clément Dili Palaï & Kolyang Dina Taïwé (eds.), Culture et identité au Nord-Cameroun, pp. 19-37. Paris: L’Harmattan.
  9. Stewart, T. and Vaillette, N. (2007). Language Files 10th edition: Materials for an Introduction to Language and Linguistics. Ohio St Univ Press, 2007.
  10. Tourneux, Henry, La transmission des savoirs en Afrique, Éditions Karthala, 2011