Baraa, Bangande dorp (Source: Kwekudee)
Baraa, Bangande dorp (Source: Kwekudee)

Grillige tonen in de geheime ‘Geheimtaal’ van Mali

Geen familie meer hebben. Dat kan niet alleen mensen overkomen, het overkomt ook talen. In Europa is het Baskisch de enige taal zonder verwanten, maar in Afrika zijn er meerdere. Eén daarvan wordt in zeven afgelegen en geïsoleerde dorpjes in het oosten van Mali gesproken: het Bangime. In de omliggende dorpen worden dus allemaal talen gesproken die, op een paar leenwoorden na, niets met het Bangime overeen hebben. De sprekers van het Bangime, de Bangande, wonen in een gebied dat ook de thuisplek is voor o.a. de Dogon. Voor de Dogon is het Bangime dus maar een onbegrijpelijke taal. En dat blijkt ook uit de naam die het Bangime draagt. Het woord bang-ga (met de g van het Engelse good) betekent namelijk ‘verborgen’, ‘geheim’ of ‘heimelijk’ in veel Dogon-talen. En het achtervoegsel -mɛ (mè) wordt in het Bangime onder andere gebruikt om naar talen te verwijzen. Daarmee betekent het Bangime dus letterlijk ‘verborgen taal’ of ‘geheimtaal’. Benieuwd welke geheimen het Bangime allemaal herbergt? Het in 2013 uitgebrachte proefschrift van Abbie Hantgan heeft een behoorlijke tip van de sluier weten op te lichten.

Het Bangime en de Bangande

De Bangande wonen in zeven dorpjes (volg de link voor een prachtige foto van Bounou, de hoofdstad van de Bangande) in een zeer afgelegen vallei aan de noordwestelijke rand van het uitgestrekte rotsachtige Dogon-plateau waar ook de bekende klif van Bandiagara ligt, die op de Unesco werelderfgoedlijst staat vanwege de bijzondere Dogon architectuur en de goed bewaarde tradities van de Dogon gemeenschap. De Bangande wonen net als de Dogon in karakteristieke kleien huizen. Hoewel de Dogon benadrukken dat de Bangande echt anders zijn, stellen de Bangande dat zij ook Dogon zijn. Maar wat vooral opmerkelijk is, is dat ze ook hun taal als Dogon beschouwen. En daar kan geen twijfel over bestaan, die is echt anders.

Zes van de zeven dorpen waar de Bangande wonen. Bounou is de grootste.

Zes van de zeven dorpen waar de Bangande wonen. Bounou, de grootste van de zeven, is de hoofdstad van de Bangande.

De Bangande spreken niet alleen een ‘geheimtaal’, ze heten zelf ook letterlijk de ‘verborgenen’ in een mengsel van Dogon en Bangime. Meervoud wordt in het Bangime namelijk gevormd door het achtervoegsel -ndɛ. En als je die meervoudsuitgang achter het woord bang-ga zet, dan krijg je de naam van het volk: Bangande.

Een ‘geheime’ geheimtaal

Hoewel het Bangime voor de Dogon al een geheimzinnige taal is, hebben de Bangande ook nog een geheimtaal die voorbehouden is aan slechts een uitverkoren deel van de bevolking. De Bangande-gemeenschap, die geschat wordt op zo’n 1500 à 3000 sprekers heeft namelijk de volgende tweedeling. Slechts een vierde van de Bangime-sprekers stamt echt af van de oorspronkelijk groep die zich ooit op hun huidige woonplek gevestigd heeft. Zij vormen de koninklijke klasse en houden de rest van de bevolking tot op de dag van vandaag als slaaf. Hoewel slavenhandel in Mali verboden is, blijft het systeem in stand doordat de kinderen van een slavin als slaaf van haar eigenaar geboren worden. De slavenklasse stamt af van kinderen van andere bevolkingsgroepen, zoals de Dogon of de Mande, die door o.a. de Fulani (nog weer een andere naburige bevolkingsgroep) ontvoerd zijn en uiteindelijk bij de Bangande terecht zijn gekomen. Hoe dit precies gebeurd is, is nog een raadsel.

"Mali - Mopti" by Derivative work: User:Profoss *Original work: NordNordWest - This vector image was created with Inkscape.This file was uploaded with Commonist.This vector image includes elements that have been taken or adapted from this:  Mali2 location map.svg (by NordNordWest).. Licensed under CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons.

Mopti, de regio van Mali waar de Bangande en de Dogon wonen. (Bron: “Mali – Mopti” by Derivative work: User:Profoss *Original work: NordNordWest – This vector image was created with Inkscape.This file was uploaded with Commonist.This vector image includes elements that have been taken or adapted from this:  Mali2 location map.svg (by NordNordWest).. Licensed under CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons.)

Uiteindelijk heeft de slavenklasse zich dus de taal van de Bangande eigen gemaakt, maar er is nog altijd een verschil tussen het algemene Bangime van de slavenklasse en het authentieke Bangime van de koninklijke klasse. De koninklijke Bangande weigeren pertinent hun authentieke taal met outsiders te delen of het er zelfs maar over te hebben. Het authentieke Bangime is dus een kostbaar en zwaar bewaakt geheim. De koninklijke Bangande kunnen hierin naar eigen zeggen over de anderen praten zonder dat zij het doorhebben.

Dit soort geheimtalen (ook wel anti-talen genoemd) komen in Afrika veel voor. Vaak voorkomende element in zulke talen zijn omschrijvingen en tegenovergestelde betekenissen om meeluisteraars te verwarren. Zo is het woord voor ‘hek’ of ‘afscheiding/afrastering’ sáàⁿ in het algemeen Bangime (een leenwoord uit het Bamana, een Dogon-taal). Maar in het ‘echte’ Bangime gebruikt men voor een afrastering om rijstvelden bùrá míndé ɥùrúɡí dóò à ɡòmè màá kɛ́rɛ́, wat ‘stok(ken) die in de grond gestopt zijn zodat je langs de rijst kunt lopen’ betekent. Andere voorbeelden zijn kónʤɛ́ hà máà ŋàrìkí à dóó ‘bier totdat zijn gedachten voorbij zijn’ voor ‘dronken’, sííbíɛ̀ n tàràá ŋ kéɛ̀ póɔ́!rɛ́ ‘zwarte dingen om de ogen te verbergen’ voor ‘zonnebril’ en bùùⁿ mɛ́ ná mì déɛ́–rè ‘poeder dat gezoet is’ voor ‘taart’. Daarnaast wordt tijdens rituele ceremoniën vaak de tegenovergestelde kleur van een plant gebruikt, zoals ‘zwartogig’ voor een boom met een witte bast en ‘witogig’ voor de variant met een zwarte bast.

Eén toon per persoon

Een bijzonder kenmerk van het Bangime is dat het veel gebruik maakt van toon om grammaticale onderscheiden te maken. Zo is het verschil tussen de eerste persoon enkelvoud (ik) en de derde persoon enkelvoud (hij/zij/het) alleen een verschil in toon: met een hoge toon betekent ‘ik’ en met een lage toon betekent ‘hij/zij/het’. Maar meestal worden deze persoonlijke voornaamwoorden helemaal niet gebruikt en is het enige verschil dat er dan overblijft de toon op de stam van het werkwoord. Zo zie je in onderstaande zinnen dat het werkwoord pom ‘optillen’ een hoge toon heeft in de eerste zin en een lage toon in de tweede zin. Voor de rest zijn ze geheel identiek.

pómb–ì nŋámbà
‘Ik heb een schaap opgetild.’

pòmb–ì nŋámbà
‘Hij heeft een schaap opgetild.’

Maar de persoon van het onderwerp (1e persoon = ik, wij; 2e persoon = jij, jullie, u; 3e persoon = hij, zij, het, zij (mv.)) komt ook nog op andere plekken tot uitdrukking in het Bangime. Zo worden sommige werkwoordsvormen voorafgegaan door een neusklank (/n/, /m/, /ŋ/ = ‘ng’) als het onderwerp géén 2e persoon is. Maar het kan natuurlijk altijd nóg duidelijker. Want het onderwerp beïnvloedt namelijk ook nog de toon van het lijdend voorwerp, en wel met de toon die omgekeerd is aan die waarmee het onderwerp het werkwoord markeert. Zo zorgt de eerste persoon als onderwerp voor een extra hoge toon (-H) op de laatste klinker van het werkwoord en een extra lage toon (-L) op het lijdend voorwerp:

n ɥáá -H párì -L ŋ kɛ́ɛ̀
-2 koop 1 speer 1 -2 voltooi
‘Ik had een speer gekocht.’

In bovenstaand voorbeeld is het onderwerp dus eigenlijk vier keer gemarkeerd. Hieronder kun je zien dat de tonen precies omgekeerd zijn als de zin een derde persoon als onderwerp heeft (en dat de /n/ voor het werkwoord afwezig is):

ɥàà -L pàrí -H ŋ kɛ́ɛ̀
koop 1 speer 1 -2 voltooi
‘Ik had een speer gekocht.’

Toon in interactie

Maar toon is grillig in het Bangime, ondanks dat het zoveel betekenis heeft. Laten we de eerste twee zinnen hieronder nog eens bekijken. Want niet alleen de stam van het werkwoord pom(b) ‘optillen’ heeft een toon, maar ook de uitgang van het werkwoord -i. En deze heeft bij zowel de eerste als de derde persoon een lage toon.

pómb–ì nŋámbà
‘Ik heb een schaap opgetild.’

pòmb–ì nŋámbà
‘Hij heeft een schaap opgetild.’

Dogon dorp (By: rogoyski)

Dogon dorp (By: rogoyski)

Maar zoals het onderwerp de toon op het lijdend voorwerp kan beïnvloeden, zo kan het lijdend voorwerp dan weer de toon op het werkwoord beïnvloeden. Want veranderen we het enkelvoudige nŋámbà ‘schaap’ in nŋámbá-nɛ̀ ‘schapen’, dan veranderen ook de tonen (rood gemarkeerd). Zo krijgt het werkwoord met een eerste persoon als onderwerp een hoge toon op de uitgang in plaats van een lage. En het werkwoord met een derde persoon als onderwerp heeft nu ineens een hoge toon op het werkwoord zelf, waardoor het toononderscheid tussen de eerste en de derde persoon op het werkwoord nu geneutraliseerd is. Je kunt het nu alleen nog maar zien aan de uitgang.

pómb–í nŋámbá-nɛ̀
‘Ik heb een schaap opgetild.’

pómb–ì nŋámbá-nɛ̀
‘Hij heeft een schaap opgetild.’

Dit is slechts een heel kleine greep uit de complexiteit van het gebruik van toon in het Bangime. Het gebruik van toon is in het Bangime van de slavenklasse overigens regelmatiger (en dus iets minder complex) dan in het authentieke, ‘geheime’ Bangime van de koninklijke klasse. Dit is waarschijnlijk niet heel opzienbarend, want een taal die voor buitenstaanders geheim moet blijven, zoals het ‘geheime’ Bangime, hoeft nooit door volwassenen geleerd te worden. En zo’n taal is nooit té complex.

 

Bronvermelding

Hantgan, Abbie (2013). Aspects of Bangime phonology, morphology, and morphosyntax. Doctoral dissertation, Indiana University. Ann Arbor, MI: ProQuest.

Meer lezen? Het Engelstalige tijdschrift New Scientist publiceerde in 2014 een uitgebreid artikel (PDF) over Abbie Hantgan’s werk in Mali.