Dubbelgangers

Dubbelgangers

‘Slapen? Ik heb zeker geslapen!’ zegt de professor van psychologie aan Tharaka University College in Kenia. Hij lijkt me inderdaad een uitgeslapen type, maar ik ben zelf nu klaarwakker door de constructie die hij zojuist gebruikt heeft in de Bantoetaal Kîîtharaka:

Kû-maama in-dara-maama.
te-slapen    ik-heb-geslapen

In plaats van simpelweg te zeggen ‘ik heb geslapen’ (indaramaama), voegt hij hetzelfde werkwoord er nog een keer extra aan toe (kûmaama). Het effect van zo’n dubbelganger is een nadruk op de waarheidswaarde ervan: ‘ik heb wél geslapen’ of ‘ik heb inderdaad geslapen’, zouden we in het Nederlands kunnen zeggen.

Wanneer ik taalkundige Patrick Kanampiu vraag naar zulke dubbele werkwoorden, legt hij uit dat het ook nog iets anders kan betekenen. Een soort ‘ondanks dat we dit doen’, zoals in het volgende voorbeeld:

Kû-rîma           itu-rîm-ire…
te-schoffelen  wij-schoffel-den
‘Tja, we hebben geschoffeld, maar… (het onkruid komt toch weer terug)’

Deze betekenis kunnen we begrijpen door te kijken naar wat er gebeurt in de grammatica: je plaatst de dubbelganger van het werkwoord aan het begin van de zin, net zoals je dat kan doen met naamwoorden, zoals in het voorbeeld hieronder. De mango’s zijn hier het zogenaamde topic van de zin, dat waarover de rest van de zin iets zegt.

Meembe,   na-ra-gûrire.
mango’s     hij-heeft-verkocht
‘De mango’s, die heeft hij verkocht.’

Zo’n topic zoals ‘de mango’s’ kan je ook op twee manieren begrijpen, afhankelijk van de context. Ofwel we hebben het al over mango’s gehad, en je bevestigt simpelweg dat ze verkocht zijn, of je vertelt wat je broer met de verschillende soorten fruit gedaan heeft: de mango’s heeft hij verkocht en de bananen lekker zelf opgegeten. Hier zien we een contrast, tussen mango’s en bananen in dit geval.

Hetzelfde gebeurt ook met de dubbelganger. Op de eerste manier zeg je eigenlijk ‘Wat betreft slapen, ik heb geslapen’. En dat betekent ‘het is waar dat ik geslapen heb’. Op de tweede manier contrasteren we slapen met een andere actie, bijvoorbeeld ‘Wat betreft slapen, dat heb ik gedaan, maar opstaan nog niet’. Of een ander contrast, en daarmee komen we bij de ondanks-lezing, ‘Slapen, dat heb ik gedaan, maar om nou te zeggen dat ik wakker ben…’.

In het Nederlands kunnen we dus ook hele werkwoorden aan het begin zetten! Kijk maar naar de volgende voorbeelden. Je moet een beetje de juiste intonatie vinden hier, met een licht stijgende klemtoon op het hele werkwoord (een ‘topic intonatie’). Op het hele werkwoord volgt bij ons alleen geen dubbelganger, maar een saai hulpje, zoals ‘zullen’ of ‘moeten’ of ‘doen’:

Mijn buren zijn niet zo’n held in het huishouden, maar…
stofzuigen doen ze.

Ik weet nog niet met wie, maar…
trouwen zal ik!

En jawel, ook in het Nederlands kun je de ‘ondanks’-betekenis krijgen:

(bij een talentenshow)
Tja, zingen kan je… (maar je presentatie is echt waardeloos).

Stemmen doen we elk jaar… (maar of het veel uit zal maken?).

In beide talen zien we dus het volgende patroon, met aan het begin van de zin een heel werkwoord, gevolgd door een werkwoord dat vervoegd is:

Kîîtharaka:       werkwoord      werkwoord+vervoeging
Nederlands:    werkwoord      hulpwerkwoord+vervoeging

Dat is interessant, dat talen zo ver weg van elkaar bijna dezelfde structuur gebruiken voor dezelfde interpretaties! Maar waarom zou het Nederlands geen dubbelgangers gebruiken? vraag je je misschien af. Of de andere kant op: waarom gebruikt het Kîîtharaka ze wél? Dat heeft waarschijnlijk te maken met hoe een taal de vervoeging opbouwt. Het Nederlands, zoals ook andere Europese talen, gebruikt meer hulpwerkwoorden om de tijd aan te geven van wanneer iets gebeurde: ik heb geslapen, ik zal slapen. In het Kîîtharaka zit de tijdsaanduiding ingebakken in één werkwoord: n--maama, n-ta-maama. Wanneer je het werkwoord naar voren haalt, kan je daarom in het Nederlands de tijdsaanduiding los uitspreken (‘slapen zal ik’), maar in het Kîîtharaka gaat dat niet – ‘kûmaama n-ta’ is fout. Dus als je een beetje een uitgeslapen spreker bent, gebruik je daar gewoon een dubbelganger.

____
(Dit fenomeen heet in het Engels ‘predicate doubling’ of ‘infinitive doubling’, en het komt in een heel aantal Bantoetalen, en andere Afrikaanse talen, voor. Er zijn verschillende structuren, met verschillende interpretaties, waarover een andere keer meer!)