Diep in het Afrikaans

Het Afrikaans is voor Nederlandstaligen een bijzondere taal. Iedereen die wel eens wat Afrikaans gehoord of gelezen heeft – bijvoorbeeld op het etiket van die fles wijn uit Zuid-Afrika – ziet het meteen: het Afrikaans lijkt verdacht veel op het Nederlands. We herkennen de woorden en de grammaticale structuur. Daardoor vallen de verschillen natuurlijk des te meer op. En vanwege de herkenbaarheid roepen die bij ons vaak een glimlach op. Maar hoe is het Afrikaans nu eigenlijk ontstaan? En hoe kunnen we de kenmerken van het Afrikaans verklaren uit de geschiedenis van de taal? Dat is ook voor taalkundigen een flinke puzzel. Wat het nog ingewikkelder maakt is dat sinds de Boerenoorlogen eind 19e eeuw de aard en de geschiedenis van de taal ook onderdeel zijn geworden van allerlei ideologische discussies.

 

Een korte geschiedenis van de “Wes-Kaap”

De West-Kaap is de bakermat van het Afrikaans. Tot in de 17e eeuw woonden er aan de Kaap Khoikhoi veehouders. Dat waren er ongeveer 50.000. In 1652 kwamen de eerste Nederlandse kolonisten, die er een verversingsstation wilden vestigen. De kerngroep hiervan was Hollands – ter vergelijking: in het Caribisch gebied zaten vooral Zeeuwen. Ze onderhandelden met de Khoikhoi, en namen met hun steeds grotere landerijen steeds meer plaats in.

Vanaf 1685 kwamen er ook veel Franse Hugenoten en Duitse immigranten bij. De bevolking van de West-Kaap werd ook diverser doordat er vanaf 1658 Aziaten als slaaf werden geïmporteerd. Zij kwamen uit veel verschillende delen van Azië, zoals Indonesië en Sri Lanka. Een aantal van hen sprak Portugees Creools als contacttaal. Van 1658 tot 1808 zijn er ongeveer 63.000 Aziaten als slaaf binnengevoerd.

 

Een ‘Pidgin’ op de Kaap

Er zijn geschriften bewaard gebleven die ons inzicht geven in de contacttaal die gebruikt is tussen de verschillende volkeren op de Kaap. Uit de periode 1705-1713 hebben we bijvoorbeeld teksten van reizigers en zeekapiteins, enz. waarin zinnetjes opgetekend zijn van Khoikhoi boeren waar zij mee in contact kwamen. Hieruit blijkt dat er ook een Kaaps Nederlands Pidgin geweest is. Een pidgin is een contacttaal die ontstaat als bepaalde groepen met elkaar willen of moeten communiceren maar er geen taal voorhanden is die ze allebei in meer of mindere mate spreken. Een aantal kenmerken van dit pidgin vinden we terug in het latere Afrikaans, maar het Afrikaans is geen directe voorzetting van dit Pidgin. De persoonsuitgang –um en het gebruik van zoo als markeerder van de toekomst zijn bijvoorbeeld niet in het Afrikaans opgenomen.

gy dit Beest fang-um zoo, en nu doodmaken zoo,

jij dit beest vang-X zo, en nu doden zo

is dat braa, wacht-um ons altemaal daarvan loop-um zoo

is dat goed wachten-X wij allen vandaar lopen-X zo

 

Het Afrikaans: Nederlands als vreemde taal

Laten we nu eens naar het Afrikaans kijken. Zoals gezegd zijn er op de West-Kaap allerlei volkeren met allemaal verschillende talen in contact gekomen. Al deze groepen hebben op hun eigen manier bijgedragen aan het ontstaan van het Afrikaans. In eerste instantie hebben ze de woordenschat beïnvloed, maar uiteindelijk ook de grammatica en de uitspraak. Voor de Khoikhoi en de Aziaten, maar ook voor de andere Europeanen was het Nederlands natuurlijk geen moedertaal. Doordat zij het Nederlands als vreemde taal – taalkundigen spreken in dit geval van een “tweede taal” – moesten leren, zijn uiteindelijk de uitgangen van de werkwoorden in het Afrikaans vereenvoudigd. Werkwoorden worden bijvoorbeeld niet verbogen voor persoon of getal en er is ook geen infinitief meer. Zo zeg je bijvoorbeeld: hulle is ‘zij zijn’. Een ander voorbeeld is dat de verledentijdsvorm verdwenen is. In plaats daarvan gebruikt het Afrikaans het hulpwerkwoord het ‘hebben’ met het voltooid deelwoord: Ek het dit gebreek kan daarmee zowel ‘ik brak het’ als ‘ik heb het gebroken’ betekenen.

Ook bij zelfstandige naamwoorden, lidwoorden, en voornaamwoorden is er wel sprake van vereenvoudiging. Toch is deze lang niet zo radicaal geweest als bij creolentalen. De conclusies die we hieraan mogen verbinden over het ontstaan van de taal zijn vaak enigszins controversieel. In het geval van het Afrikaans betekent het misschien dat het Nederlands zich op de West-Kaap veel geleidelijker over de bevolking verspreidt heeft dan bijvoorbeeld het Frans op de suikerplantages van Haïti. Daar is namelijk wel een creooltaal ontstaan die veel verder van de lokale koloniale taal – in dit geval dus het Frans – afstaat.

 

Invloed van de Khoikhoi en de Aziaten

De taalkundige Hans den Besten wijst op twee eigenschappen van het Afrikaans die terug lijken te gaan op de taal van de Khoikhoi. Een daarvan is het gebruik van hulle ‘zij’ om een groep aan te geven. De familie van bijvoorbeeld Koos en Anna van Rensburg (inclusief kinderen en andere huisgenoten) kunnen die Van Rensburgs-hulle, Koos-hulle, of Anna-hulle genoemd worden (een voorbeeld uit Bruce Donaldson, 1993, A grammar of Afrikaans).  De andere eigenschap is de dubbele ontkenning:

Sy het nie gesê dat sy môre gaan wen nie. ‘Zij zei niet dat ze morgen zou gaan winnen.’

En zo zijn er nog wel meer kenmerken van het Afrikaans die mogelijk terug te voeren zijn tot de taal van de oorspronkelijke bewoners van de West Kaap. De tot slaaf gemaakte Aziaten hebben ook hun sporen nagelaten. Hoogstwaarschijnlijk komt uit hun talen het gebruik van het woordje vir ‘voor’ met lijdend voorwerp in het Afrikaans:

Ek sien vir hom ‘Ik zie hem.’

Diep in het Afrikaans zien we dus de geschiedenis van deze taal terug. De grammatica van het Afrikaans is niet direct af te leiden van varianten van het Nederlands, zelfs niet als je dialecten erbij neemt. De paar voorbeeldjes hierboven laten zien dat het essentieel is om ook het Khoikhoi (het oude “Hottentots”), het Portugees Creools en het Kaaps Maleis erbij te nemen.

 

Allerlei vormen Afrikaans

kirby_vander_merwe

De Zuid-Afrikaanse schrijver en journalist Kirby van der Merwe

De ingewikkelde geschiedenis van het Afrikaans van contact tussen veel verschillende groepen heeft ook geleid tot grote variatie tussen verschillende soorten sprekers. We zouden kunnen spreken van vier grote clusters van dialecten in de volgende vier regio’s: West-Kaap, Oranjerivier (in het Noorden), Eastern Cape (Oosgrens) en Namibië. Daarnaast bestaat er ook een officieel Standaard Afrikaans. Het Kaaps-Afrikaans, de omgangstaal van de bevolking van de West-Kaap, is ook een belangrijke variant die ook in allerlei media opduikt.

De schrijver Kirby van der Merwe pleit voor het gebruik van allerlei vormen van het Afrikaans, ook in de letterkunde. “We moeten het verleden laten rusten”, schrijft hij, “en gewoon aan het werk met nieuwe teksten:”

“Daar is nie nou tyd vir mense wat ou koeie uit die sloot wil grawe nie. Nou is alle taalgenote nodig om skouer aan die wiel te sit. (…) Want waar is die stories, die manuskripte? Hoekom is die oes so skraal? Ons moet rolmodelle vir die nuwe geslag wees, boodskappers, rigtingwysers, gewetenswakkermakers. Ons moet ons geïnternaliseerde woede, sinisme en pessimisme in ’n kreatiewe krag omskep. En met oortuiging kan sê: Ons is geen reggesteldes nie, of kwota dit of kwota dat nie, of touleier of agterryer nie. Ons sit agter die stuur van ons eie ryding” (geciteerd uit Die Burger, 1 april 2000).

 

Bronvermelding:

  1. Donaldson, Bruce (1993). A grammar of Afrikaans. Berlin/New York: Mouton de Gruyter.