De omstreden positie van het Akan aan een Ghanese universiteit

Het Engels heeft een belangrijke status verworven in Ghana. Als taal van de nationale politiek, het onderwijs en de internationale economie wordt ze geassocieerd met ontwikkeling en vooruitgang. Maar steeds meer universiteiten in Ghana bieden nu ook bachelor- en masteropleidingen aan in Ghanese talen, zoals het Akan. En dat is niet vanzelfsprekend.

“In het begin verstopten we de kaften van onze boeken,” lacht een laatstejaarsstudent Akan. Zijn collega uit het derde jaar vertelt hoe een medestudente zakte voor een examen omdat ze niet gestudeerd had. Ze was te verlegen om in het bijzijn van haar huisgenoten haar cursus Akan boven te halen. De studenten die de bacheloropleiding Akan volgen aan de Kwame Nkrumah University of Science and Technology (KNUST) in Kumasi, Ghana krijgen het soms hard te verduren. Familie, vrienden en medestudenten vragen hen waarom ze hun eigen taal leren, want die kennen ze toch al?

Akan: een taal die verbindt?

In Ghana worden naar schatting tussen de 36 en 81 verschillende talen gesproken en het Akan is daarvan de wijdst verbreide inheemse taal. Oorspronkelijk werd het in het zuidelijke deel van Ghana gesproken, maar nu kan men de taal zo’n beetje overal in het land opmerken. Aangezien ze vaker gebruikt wordt dan het Engels in communicatie tussen sprekers van verschillende bevolkingsgroepen, wordt het Akan vaak gezien als Ghana’s de facto officiële taal. Maar de institutionele steun die het Akan (meestal Twi genoemd) en zijn sprekers krijgen, wordt door sprekers van andere talen vaak ook als nadelig voor hun eigen taal en cultuur beschouwd. Bovendien lijken niet alle Akan sprekers even enthousiast over het idee om de taal ook aan de universiteit te doceren. Waarom? Omdat hogere onderwijsinstellingen elitaire, Engelstalige bastions met een koloniaal verleden zijn.

Investeren in je eigen taal

Tegenwoordig worden Afrikaanse talen en culturen toch met mondjesmaat toegelaten tot de academische curricula. Aan de sociaalwetenschappelijk gerichte University of Ghana in Legon kon het al veel eerder, maar sinds 2006 biedt ook de sterk technologisch georiënteerde KNUST, een universiteit met ruim 30.000 studenten, een vierjarige bacheloropleiding Akan aan. Elk jaar studeren zo’n 80 studenten af in de richting, maar de meesten moeten de keuze om te “investeren” in hun eigen taal fel verdedigen. Toch vinden ze vaak vrij snel een baan in diverse sectoren, verzekert een docent: als journalisten of redacteurs in de media, op de klantendienst van banken en bedrijven, bij NGO’s, enzovoort. Een groot deel staat ook als leerkracht voor de middelbare klas. In veel scholen, vooral in het privéonderwijs, is Engels echter de voertaal, en worden kinderen gestraft wanneer ze hun moedertaal spreken. Veel Akan studenten die naar het klaslokaal trekken hopen deze negatieve attitudes tegenover “hun eigen taal” te kunnen veranderen. Bovendien zijn ze er ook van overtuigd dat het voor kinderen die Akan spreken veel gemakkelijker is om de lessen te volgen en te snappen. Pedagogen, onderwijskundigen en taalkundigen pleitten hier ook al voor.

“Uit welk dorp kom jij?”

De Faculteit Moderne Talen aan KNUST heeft dus gekozen om naast het Frans nu ook het Akan te doceren. Maar waarom reageert de rest van de universiteit hier schertsend op? Eén van de redenen voor de negatieve houding is dat de taal geassocieerd wordt met het huis. Het huis is een plek van intimiteit, van de privésfeer en van informaliteit. Het Akan wordt ook gekenmerkt door een veelheid aan zegswijzen en spreekwoorden, die vooral in landelijke gebieden voortleven in het taalgebruik van de oudere generaties. In veel situaties wordt een rijke beeldspraak geassocieerd met wijsheid en culturele kennis. Maar wanneer iemand aan de universiteit een zegswijze gebruikt, krijgt die vaak schertsend de vraag: “Uit welk dorpje kom jij?” Stedelijke, jonge universitairen willen zich in de context van de universiteit via hun taalgebruik distantiëren van oudere generaties en “the village”. Zowel leeftijd, socio-economische positie en geografie lijken een rol te spelen in de vorming en uiting van taalattitudes.

(Toegang tot) kennis is macht

Toch kunnen universitaire Afrikaanse taalopleidingen een impact hebben op de huidige Ghanese maatschappij. In verschillende domeinen waar Engels gesproken wordt, zou het gebruik van Akan tot effectievere communicatie kunnen leiden. Een schrijnend voorbeeld is de gezondheidszorg. Dokters en zorgkundigen worden opgeleid in het Engels. Vaak ondervinden ze communicatieproblemen tijdens hun stage in ziekenhuizen, waar patiënten uit alle hoeken van het land komen, inclusief noordelijke steden en afgelegen gebieden. Ook al behoren artsen tot de Akan en spreken ze de taal, vaak kunnen ze de typische, ‘landelijke’ variant van het Akan waarin oudere patiënten hun aandoeningen uitleggen niet begrijpen. Een ander voorbeeld is de ontwikkelingssector in Ghana: daar is de voertaal heel vaak Engels. Veel NGO’s en Westerse organisaties sluiten daarbij vaak niet-Engelstaligen uit.

Taal en identiteit

En toch is er een verandering op til. Een sector die de Ghanese talen wel in de armen sluit zijn de Ghanese media. Radiostations en tv-zenders die enkel in endogene talen uitzenden schoten de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond. Ze zijn populair bij jong en oud, hoogopgeleid en laaggeschoold, en overstijgen hierdoor leeftijd, afkomst en klasse. Vooral voor Ghanezen die de kans niet kregen om Engels te leren betekent dit toegang tot informatie. Het biedt hen overigens de mogelijkheid om hun stem te laten horen in maatschappelijke debatten: vaak bellen radioluisteraars naar de zender en kunnen ze hun mening uiten over een gespreksonderwerp.

Het lijkt erop dat er een onomkeerbare verspreiding van het gebruik van inheemse talen plaatsvindt. Deze verandering zou wel eens te maken kunnen hebben met het cultiveren van de typisch “Ghanese” identiteit, wat een recent fenomeen blijkt. Ghanezen uiten zich door hun taalgebruik en naamgeving, maar ook door de kleren die ze dragen, het voedsel dat ze eten, de muziek die ze beluisteren, de Facebookgroepen waar ze deel van uitmaken. De “Friday wear” – een term bedacht door ex-president Kufuor om het dragen van “typisch Ghanese” kledij op de laatste weekdag te promoten – heeft de campus van KNUST alvast veroverd. Het Akan domineert de gesprekken in de wandelgangen en studentenrestaurants. De vraag is nog of de aula’s zullen volgen.

 

Bronnen

  1. Brock-Utne, B. (2012). Language and inequality: global challenges to education. Compare: A Journal of Comparative and International Education 42.5, 773-793.
  2. Crawford, A. (1999). “We can’t all understand the whites’ language”: an analysis of monolingual health Services in a multilingual society. International Journal of the Sociology of Language 136, 27-45.
  3. Guerini, F. (2007). Multilingualism and language attitudes in Ghana: a preliminary survey. A paper presented at the International Conference on Bilingualism, University of Hamburg, Germany, 29th May to 2nd July 2007.
  4. (2004, 12 november). National Friday Wear Programme launched. Modern Ghana. Retrieved from http://www.modernghana.com/news/66571/1/nationalfriday-wear-programme-launched.html
  5. Vannoppen, G. (2011). Indigenous-Language Literacy and Development. Unpublished master’s thesis, Katholieke Universiteit Leuven, Belgium.